ECLI:NL:GHAMS:2021:758
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis rechtbank over vergoeding studievertraging na onterecht negatief studieadvies
In deze zaak vordert appellant vergoeding van studievertraging nadat hij door een onterecht negatief bindend studieadvies van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) gedurende het studiejaar 2015/2016 niet kon studeren. De kantonrechter kende hem een vergoeding toe van € 6.900,-, gebaseerd op een half jaar studievertraging met aftrek van € 3.000,- aan inkomsten die appellant in die periode had genoten.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij recht had op vergoeding van een heel jaar studievertraging minus de inkomsten, terwijl HvA betoogde dat de vergoeding lager moest zijn omdat appellant niet het aangeboden inhaalprogramma had gevolgd en inkomsten had genoten. Het hof oordeelde dat appellant inderdaad een op maat gemaakt inhaalprogramma was aangeboden, dat hij niet zonder goede reden heeft gevolgd, waardoor de helft van de studievertraging voor zijn rekening blijft.
Het hof bevestigde dat het normbedrag van € 19.800,- voor een jaar studievertraging ook inkomensschade na afstuderen omvat. Gezien het ontbreken van nadere bewijsstukken achtte het hof het redelijk om het normbedrag voor een half jaar studievertraging toe te kennen minus € 3.000,- aan inkomsten. De vorderingen van appellant werden daarom afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Tot slot werden de proceskosten verdeeld: appellant werd veroordeeld in de kosten van het principaal appel en HvA in de kosten van het incidenteel appel. Het arrest werd uitgesproken op 16 maart 2021 door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt de HvA tot betaling van een vergoeding voor een half jaar studievertraging minus € 3.000,- aan verrekening van inkomsten.