ECLI:NL:GHAMS:2021:80
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid hoger beroep bij gecombineerde vorderingen in civiele procedure
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of DPG Media ontvankelijk was in hoger beroep tegen vonnissen van de kantonrechter. De kantonrechter had geoordeeld over een vordering van [geïntimeerde] tot betaling van een billijke vergoeding voor het gebruik van foto's, waarvan de waarde in conventie onder de appelgrens van €1.750 lag.
De discussie betrof de toepassing van de optelregel van artikel 332 lid 3 Rv Pro, waarbij de waarde van de vordering in conventie en de reconventionele vordering bij elkaar worden opgeteld om te bepalen of hoger beroep mogelijk is. De reconventionele vordering betrof een verklaring voor recht dat geen aanvullende vergoeding verschuldigd is voor een langere periode en was van onbepaalde waarde.
Het hof stelde vast dat, ondanks afstand van een aanvullende vergoeding door [geïntimeerde], de totale waarde van de vorderingen boven de appelgrens uitkomt. Hierdoor is DPG Media ontvankelijk in hoger beroep. Het hof verwees de zaak naar de rol voor het nemen van een memorie van antwoord door [geïntimeerde].
Uitkomst: DPG Media is ontvankelijk in hoger beroep en de zaak is verwezen voor memorie van antwoord.