Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Overwegingen van de rechtbank
De naheffingsaanslag
5.Beoordeling van het geschil
tweedevolzin Wet mrb, gelezen in samenhang met artikel 7, lid 3 en 4 Wet mrb). De verschuldigde belasting is conform het bepaalde in artikel 34, lid 2,
eerstevolzin Wet mrb berekend over een tijdsduur van twaalf maanden. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat een heffing over vier aaneensluitende tijdvakken van drie maanden niet is gestoeld op de fictie of het weerlegbare vermoeden dat gedurende een bepaalde periode gebruik is gemaakt van de weg (vgl. Hoge Raad 25 oktober 2013, 11/04730, ECLI:NL:HR:2013:973).
7.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH [plaats 2]. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op
www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH [plaats 2].