Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen geachte stelling van [geïntimeerde] dat [appellant sub 2] geen hoofdverblijf in het gehuurde heeft gehad in de periode vóór 9 augustus 2016. De kantonrechter achtte dat tegenbewijs vervolgens niet geleverd. Het hof dient thans eerst te beoordelen of [appellanten] , gelet op hun nader toegelichte verweer en de in het geding gebrachte producties, de vordering wel voldoende gemotiveerd hebben weersproken.