Uitspraak
mr. C.J. van Dijk, kantoorhoudende te Ede,
mr. N. Heijkant, kantoorhoudende te Dongen.
Het verloop van het geding
- verzoekster met HVDV;
- verweerster met Eetcafé De Stip;
- belanghebbende met HVS;
- [C] met [C] ;
- [D] met [D] .
2 Inleiding en feiten
“Tot slot wenst cliënte nader overleg over de periode na de Coronacrisis. Zij wenst bij de bedrijfsvoering te worden betrokken, teneinde personeelskosten te besparen en haar management fee weer parallel te laten lopen met de fee die[HVDV]
ontvangt.”
Ik heb kennis genomen van de huuropzegging bij brief van 9 april 2020 (.). Als alleen bevoegd bestuurster van[HVS]
, algemeen directrice, alleen zelfstandig bestuurster van Eetcafé De Stip B.V., stem ik in met de opzegging van de huurovereenkomst per 31 mei 2021. Ik realiseer me dat per die datum het pand leeg en ontruimd ter algehele en vrije beschikking van verhuurster dient te worden gesteld.”
3.De gronden van de beslissing
- door controverses tussen [C] en [D] wordt de vennootschappelijke orde niet meer nageleefd: er worden geen aandeelhoudersvergaderingen gehouden en daardoor worden er geen jaarrekeningen vastgesteld;
- HVS heeft als verhuurder de huurovereenkomst met Eetcafé De Stip opgezegd en heeft vervolgens als zelfstandig bevoegd bestuurder van Eetcafé De Stip met de beëindiging van de huurovereenkomst per 31 mei 2021 ingestemd. HVS had daarbij een materieel tegenstrijdig belang en HVS had zich hiervan moeten onthouden (art. 2:239 lid 6 BW Pro). De instemming met de huuropzegging is bovendien strijdig met het belang van de vennootschap omdat daarmee, zonder dat de rechter de opzegging van de huurovereenkomst kan toetsen, de exploitatie van de onderneming van Eetcafé De Stip per 31 mei 2021 onmogelijk wordt gemaakt.