ECLI:NL:GHAMS:2021:911
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over doorbreking rechtsmiddelenverbod bij aanvangshuurprijs woonstudio
Clever Real Estate verhuurt woonstudio’s in een complex dat in 2014 is gerenoveerd. [Geïntimeerde] huurde vanaf 1 maart 2015 een studio tegen een aanvangshuurprijs van €570 per maand. De huurcommissie stelde de redelijke huurprijs vast op €517,66 per maand. De kantonrechter stelde de aanvangshuurprijs uiteindelijk vast op €385,47 per maand.
Clever Real Estate stelde in hoger beroep dat de kantonrechter ten onrechte niet had beslist op haar subsidiaire stellingen dat het referentiejaar voor de bouwjaartabel 2014 in plaats van 1969 moest zijn, en dat de punten voor energiebesparende maatregelen daarop gebaseerd moesten worden. Dit zou volgens haar een doorbreking van het rechtsmiddelenverbod van artikel 7:262 lid 3 BW Pro rechtvaardigen.
Het hof oordeelde dat hoewel de kantonrechter niet op deze subsidiaire stellingen had beslist, dit motiveringsgebrek niet van die aard was dat het rechtsmiddelenverbod werd doorbroken. Er was geen sprake van fundamentele schending van rechtsbeginselen die een eerlijke en onpartijdige behandeling in gevaar bracht.
Daarom verwierp het hof het hoger beroep van Clever Real Estate en veroordeelde haar in de proceskosten van [geïntimeerde]. Het arrest werd op 30 maart 2021 uitgesproken door het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof verwierp het hoger beroep van Clever Real Estate en bevestigde de lagere aanvangshuurprijs met veroordeling in proceskosten.