Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014 en
vennootschapsbelasting van de jaren 2012 tot en met 2014
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
5.Beoordeling van het geschil
Uit hoofde van een procedure inzake de heffing van inkomstenbelasting van een van haar bestuurders zou de inspecteur reeds beschikken over de door hem gevraagde informatie.
De inspecteur heeft dit betwist en betoogd dat hij de gevraagde informatie nodig heeft om belanghebbendes belastingplicht vast te stellen, dat de gevraagde stukken niet zijn overgelegd en dat de gestelde vragen niet zijn beantwoord. Het Hof overweegt dat belanghebbende, op wie ter zake de bewijslast rust, geen feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die de conclusie kunnen dragen dat haar stelling juist is. Nu belanghebbende onvoldoende heeft aangevoerd om haar stelling te onderbouwen, acht het Hof niet aannemelijk dat de inspecteur reeds in bezit is van de gevraagde informatie.
7.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.