Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Den Haag vernietigd en de verdachte veroordeeld voor poging tot bedrijfsinbraak bij een restaurant in Leiden. De verdachte handelde samen met twee anderen en forceerde een nooduitgang met braak. Hoewel het misdrijf niet is voltooid, acht het hof de verdachte medepleger op grond van nauwe en bewuste samenwerking.
De bewijsvoering berust op getuigenverklaringen, politieonderzoek met braaksporen, aangetroffen inbrekerswerktuigen en een balaclava, en de vondst van de verdachte en medeverdachten in de nabijheid van de plaats delict kort na de melding. De verdachte kon geen aannemelijke verklaring geven voor zijn aanwezigheid en vluchtgedrag.
De rechtbank had een taakstraf van 120 uur opgelegd, maar het hof mat deze straf met 20 uur vanwege de overschrijding van de redelijke termijn van bijna 2,5 jaar tussen het instellen van het hoger beroep en het arrest. De verdachte is eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten, wat meeweegt in de strafoplegging. Het hof veroordeelt tot een taakstraf van 100 uur, bij niet verrichten te vervangen door 50 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.