Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing in principaal en incidenteel hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn gescheiden en hebben twee minderjarige kinderen. De man verhuisde in december 2019 vanuit de Verenigde Staten naar Nederland zonder een nieuwe baan, wat leidde tot een tijdelijk inkomensverlies en aanpassing van de alimentatieverplichtingen. De rechtbank had de alimentatieverplichtingen gewijzigd, maar de vrouw ging in hoger beroep tegen deze wijziging en de man stelde incidenteel hogere aanpassingen voor.
Het hof oordeelt dat het risico van het inkomensverlies door de verhuizing zonder baan voor rekening van de man komt en dat hij tot september 2020 onverkort alimentatie moet betalen volgens de oorspronkelijke beschikking. Vanaf september 2020 is sprake van een wijziging van omstandigheden die aanpassing van de alimentatie rechtvaardigt. De man verdient vanaf die datum een lager inkomen dan in de VS, passend bij de Nederlandse markt.
Het hof houdt rekening met de draagkracht van partijen, de zorgregeling, en de behoefte van de vrouw en kinderen. De partneralimentatie wordt vastgesteld met inachtneming van de wettelijke termijn van twaalf jaar en de vrouw wordt geacht haar verdiencapaciteit te benutten. Verzoeken van de man tot nihilstelling van de partneralimentatie en fiscale aanpassing worden afgewezen. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze de alimentatieverplichtingen voor de periode tot september 2020 wijzigde en aangepast voor de latere perioden.
Uitkomst: Het hof wijzigt de alimentatieverplichtingen met ingang van 1 september 2020 en 1 september 2021 en wijst verzoeken tot nihilstelling en fiscale aanpassing af.