ECLI:NL:GHAMS:2022:1169
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoedanigheid en partijstelling in hoger beroep nalatenschapsprocedure
In deze civiele nalatenschapszaak staat een incident centraal over de juiste hoedanigheid van geïntimeerden in het hoger beroep. Geïntimeerde 3 vordert niet-ontvankelijkverklaring van appellanten omdat geïntimeerde 1 en 2 ten onrechte als erfgenamen zijn gedagvaard in plaats van als vereffenaars. Het hof verwijst naar het eerdere tussenarrest en de procedure tot 27 juli 2021.
Het hof oordeelt dat de vraag of geïntimeerden als erfgenamen of vereffenaars zijn betrokken feitelijk irrelevant is, omdat het voor alle partijen duidelijk was dat geïntimeerden de nalatenschap vertegenwoordigden. Er was geen onduidelijkheid over hun positie en geen verzoek tot partijwisseling was vereist. Geïntimeerde 3 treedt sinds augustus 2020 op als vereffenaar en is ook in die hoedanigheid betrokken.
Bij de hervatting van het geding zijn geïntimeerde 1 en 2 opgeroepen, maar het hof stelt vast dat alleen geïntimeerde 3 als vereffenaar nog partij kan zijn. De proceskosten van het incident worden gecompenseerd vanwege de familierelatie. Het incident wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet met alleen geïntimeerde 3 als geïntimeerde.
Uitkomst: De vordering tot niet-ontvankelijkverklaring wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet met alleen de vereffenaar als geïntimeerde.