ECLI:NL:GHAMS:2022:1246
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging partneralimentatie wegens toekomstige draagkracht
Het geschil betreft het verzoek van de man om de partneralimentatie, vastgesteld in een beschikking van 8 november 2017, te verlagen naar nihil of een lager bedrag per 1 augustus 2020. De man stelt dat zijn draagkracht is verminderd door werkloosheid en een lager inkomen bij een nieuwe werkgever, en dat de vrouw meer is gaan verdienen en haar woonlasten zijn gedaald.
Het hof overweegt dat de man bij het ontbreken van een tijdige beroepsprocedure tegen de oorspronkelijke beschikking heeft berust in de vastgestelde behoefte van de vrouw. De door hem aangevoerde wijziging van omstandigheden aan de zijde van de vrouw, zoals een hoger inkomen en lagere woonlasten, zijn onvoldoende om de partneralimentatie te verlagen. De man heeft wel een relevante inkomensdaling, maar kan deze compenseren met een ontvangen transitievergoeding tot 15 augustus 2023.
Daarom wijst het hof het verzoek van de man af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank van 19 mei 2021. De wijziging van de draagkracht ligt te ver in de toekomst om nu al te anticiperen op een lagere alimentatie.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verlaging van de partneralimentatie af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.