ECLI:NL:GHAMS:2022:1366
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en inschrijving BRP na wijziging verblijf kind
Partijen, voormalige partners en ouders van twee kinderen, zijn in hoger beroep over de hoogte van de kinderalimentatie en de inschrijving van een kind in de Basisregistratie Personen (BRP). Na beëindiging van hun relatie hebben zij een ouderschapsplan opgesteld met afspraken over zorg en kostenverdeling. De man is hertrouwd en heeft een kind uit dat huwelijk; de vrouw heeft een kind uit een nieuwe relatie.
De man woont sinds april 2021 feitelijk met het oudste kind, [kind 1], en wenst dat dit kind op zijn adres wordt ingeschreven in de BRP, zodat hij kinderbijslag kan ontvangen. De vrouw verzet zich hiertegen uit vrees voor verminderd contact. Het hof oordeelt dat inschrijving op het adres waar het kind feitelijk verblijft passend is en wijst het verzoek toe.
De hoogte van de kinderalimentatie wordt beoordeeld aan de hand van de wettelijke maatstaven, waarbij de behoefte van de kinderen en de draagkracht van de ouders worden vastgesteld. Het hof corrigeert eerdere afspraken die de kinderen tekort deden en bepaalt een hogere bijdrage van de man, met terugwerkende kracht vanaf het moment van het inleidend verzoek. Tevens wordt een bijdrage van de vrouw vastgesteld voor het kind dat bij de man verblijft. De zorgkorting wordt toegepast conform richtlijnen, en extra kosten zoals schoolkosten worden toegewezen aan de verzorgende ouder. De beschikking wordt vernietigd en opnieuw vastgesteld met de genoemde aanpassingen.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderalimentatieverplichtingen vast op basis van wettelijke maatstaven en wijzigt de inschrijving van het kind in de BRP naar het adres van de man.