ECLI:NL:GHAMS:2022:1597
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gevangenisstraf van 9 maanden voor bezit van grote hoeveelheid cocaïne
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 oktober 2019, waarin verdachte was veroordeeld voor het bezit van een grote hoeveelheid cocaïne. De verdediging voerde een niet-ontvankelijkheidsverweer aan, stellende dat het openbaar ministerie onrechtmatig zou hebben gehandeld door de vervolging voort te zetten terwijl de zaken tegen medeverdachten waren geseponeerd en ontlastende verklaringen waren verdwenen.
Het hof oordeelde dat de zaken niet identiek waren, omdat verdachte met een wit/geel tasje met daarin 2,84 kilogram cocaïne was weggerend nadat de politie het voertuig tot stilstand had gebracht, terwijl bij de medeverdachten noch in het voertuig drugs of verborgen ruimtes waren aangetroffen. Het niet-ontvankelijkheidsverweer werd daarom verworpen wegens onvoldoende gemotiveerd beroep op vormverzuim en het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank had verdachte veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal vorderde bevestiging van deze straf, terwijl de verdediging pleitte voor geen gevangenisstraf vanwege persoonlijke omstandigheden en het tijdsverloop. Het hof stelde vast dat het bezit van een grote hoeveelheid harddrugs een ernstig gevaar voor de volksgezondheid vormt en dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is.
Het hof verving de strafmaatoverweging van de rechtbank door een eigen overweging en bevestigde het vonnis, waarbij het subsidiaire verzoek tot taakstraf of geldboete werd afgewezen. De opgelegde straf van 9 maanden gevangenisstraf werd als passend en geboden beschouwd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf voor bezit van 2,84 kilogram cocaïne.