Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.Beoordeling
Een redelijke afweging van de hiervoor omschreven wederzijdse belangen brengt het hof tot het oordeel dat het belang van [appellanten] bij beëindiging van de huurovereenkomst op termijn zwaarder weegt dan het belang van [geïntimeerden] bij voortzetting daarvan. De kantonrechter heeft de vordering tot beëindiging van de huur dan ook ten onrechte afgewezen. Om [geïntimeerde 1] in de gelegenheid te stellen (i) haar werkzaamheden in de salon af te bouwen en (ii) een nieuwe woning voor haar en [geïntimeerde 2] te zoeken, zal het hof, als de huurovereenkomst niet door ontbinding eindigt, bepalen dat de huurovereenkomst op 31 december 2023 eindigt en dat [geïntimeerden] het gehuurde uiterlijk op die datum moeten ontruimen.”