ECLI:NL:GHAMS:2022:18
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering na vrijspraak verdachte
Het openbaar ministerie vorderde in eerste aanleg ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte, geschat op €19.960,12. De politierechter sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde en verklaarde het OM niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering. Het OM ging hiertegen in hoger beroep.
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep en bevestigde het vonnis van de politierechter. Het hof oordeelde dat de vrijspraak in de strafzaak meebrengt dat het OM niet ontvankelijk is in de ontnemingsvordering, omdat de strafzaak de grondslag vormt voor de ontnemingsprocedure.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 januari 2022, na behandeling van de zaak op 21 december 2021. Het hof volgde de argumenten van de raadsman en de advocaat-generaal en bevestigde het eerdere vonnis zonder nadere wijziging.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk is in de ontnemingsvordering na vrijspraak van verdachte.