ECLI:NL:GHAMS:2022:1800
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering zekerheidstelling proceskosten op grond van Haags Rechtsvorderingsverdrag
In deze civiele procedure in hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam een incidentele vordering van Bodyfashion Distribution B.V. tot zekerheidstelling voor proceskosten afgewezen. De vordering was gericht tegen Ilyada Konfeksiyon Sanayi Ticaret Limited Sirketi, een vennootschap gevestigd in Turkije. Bodyfashion vorderde dat Ilyada binnen vier weken zekerheid zou stellen voor proceskosten tot een bedrag van € 6.195,-, onder dreiging van niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak.
Ilyada beriep zich op de uitzondering in artikel 224 lid 2 aanhef Pro en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), die stelt dat geen zekerheid hoeft te worden gesteld indien dit voortvloeit uit een verdrag. Het hof oordeelde dat artikel 17 van Pro het Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954 van toepassing is, omdat Ilyada statutair in Turkije is gevestigd en als onderdaan van die staat wordt aangemerkt. Dit artikel verbiedt zekerheidstelling voor proceskosten aan onderdanen van verdragsluitende staten die in die staten hun domicilie hebben wanneer zij als eisers optreden voor rechtbanken van een andere verdragsstaat.
Het hof concludeerde dat het beroep van Ilyada op artikel 17 slaagt Pro en wees de vordering van Bodyfashion af. Daarnaast oordeelde het hof dat Bodyfashion, als de in het ongelijk gestelde partij, bij het eindarrest in de hoofdzaak zal worden veroordeeld in de kosten van het incident. Voorts verwierp het hof het standpunt van Ilyada dat het recht van Bodyfashion op het nemen van een memorie van antwoord was komen te vervallen, maar verkortte de termijn voor het indienen daarvan tot vier weken. De hoofdzaak werd verwezen naar de rol van 19 juli 2022 voor verdere behandeling.
Uitkomst: De vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten wordt afgewezen vanwege toepassing van artikel 17 Haags Rechtsvorderingsverdrag.