ECLI:NL:GHAMS:2022:1817
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing kinderen met nadruk op terugplaatsingsmogelijkheden
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin een machtiging tot uithuisplaatsing van haar twee minderjarige kinderen voor zes maanden werd verleend. De moeder verzocht om afwijzing of beperking van de duur van de uithuisplaatsing, dan wel plaatsing in een moeder-kind-huis. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming onderschreven de noodzaak van de uithuisplaatsing vanwege ernstige zorgen over de veiligheid en opvoedsituatie.
De feiten tonen een langdurige problematiek in het gezin met huiselijk geweld, vermoedens van drugsgebruik en onvoldoende medewerking aan hulpverlening. Hoewel de moeder recent positieve stappen heeft gezet, zoals meewerken aan urinecontroles en starten met therapie, acht het hof deze ontwikkelingen nog te kort om de uithuisplaatsing te beëindigen. Het belang van het samenblijven van de kinderen en stabiliteit wordt benadrukt.
Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst de verzoeken van de moeder af. Wel benadrukt het hof dat op korte termijn de mogelijkheden van terugplaatsing bij de moeder of plaatsing binnen het netwerk zorgvuldig moeten worden onderzocht, waarbij zowel de moeder als de GI een belangrijke rol hebben in het verdere verloop.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen voor zes maanden en wijst het hoger beroep van de moeder af.