Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Utrecht,
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep tegen het verstekvonnis van de kantonrechter heeft het Gerechtshof Amsterdam de vordering van appellante alsnog toegewezen. Appellante had een bedrag gevorderd wegens de verzorging van een plechtigheid en repatriëring van de overleden vader van geïntimeerde naar Iran, waarvoor zij een factuur had gestuurd. De kantonrechter had de vordering afgewezen omdat appellante onvoldoende had toegelicht hoe zij had voldaan aan de wettelijke informatieverplichtingen uit het Burgerlijk Wetboek.
Het hof oordeelde dat appellante aan deze informatieverplichtingen had voldaan en dat geïntimeerde de factuur van € 22.428,44 op grond van de opdrachtsovereenkomst aan appellante dient te betalen. Omdat geïntimeerde niet tijdig had betaald, is hij in verzuim en verschuldigd wettelijke rente en bijkomende incassokosten.
Het hof vernietigde het bestreden vonnis en veroordeelde geïntimeerde tot betaling van het volledige gevorderde bedrag van € 23.862,51, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, en in de proceskosten van beide instanties. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof vernietigt het verstekvonnis en veroordeelt geïntimeerde tot betaling van € 23.862,51 met rente en proceskosten.