ECLI:NL:GHAMS:2022:1986
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling 15-jarige zoon en vernietiging ondertoezichtstelling 5-jarige dochter
In deze zaak is het hoger beroep ingesteld tegen een beschikking tot ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, een 15-jarige zoon en een 5-jarige dochter, waarbij de moeder het niet eens was met de beslissing van de kinderrechter. De raad voor de kinderbescherming had de ondertoezichtstelling van beide kinderen verzocht.
Het hof heeft de feiten en omstandigheden van het gezin onderzocht, waarbij onder meer meldingen van Veilig Thuis over verbale conflicten en problematisch gedrag van de zoon in combinatie met politiecontacten en schoolverzuim werden betrokken. Ondanks eerdere hulpverlening, waaronder systeemtherapie, was er onvoldoende verbetering en werd geconcludeerd dat de ontwikkeling van de zoon ernstig werd bedreigd. De moeder kon de noodzakelijke hulpverlening niet voldoende accepteren en benutten.
Ten aanzien van de dochter constateerde het hof dat er geen concrete bedreiging van haar ontwikkeling was. De school bevestigde dat er geen zorgen waren over haar welzijn. De spanningen binnen het gezin en de rol van de vader werden onvoldoende zwaarwegend geacht om een ondertoezichtstelling te rechtvaardigen.
Daarom bekrachtigde het hof de ondertoezichtstelling van de zoon en vernietigde het de beschikking voor de dochter, waarbij het verzoek tot ondertoezichtstelling van de dochter werd afgewezen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de 15-jarige zoon wordt bekrachtigd en die van de 5-jarige dochter wordt vernietigd.