Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.Tenlastelegging
3.Vonnis waarvan beroep
4.Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging
fair trial.
5.Inleiding
6.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
7.Het standpunt van de verdediging
8.Is [slachtoffer] overleden en zo ja, op welke wijze?
9.Het WOD-traject
kangebeuren, kan deze bevoegdheid een inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte.”
Ook in deze gevallen moet daarom worden beoordeeld of de in het kader van zo een operatie door de verdachte afgelegde verklaring niet is verkregen in strijd met zijn verklaringsvrijheid. Voor die beoordeling of de verklaringsvrijheid van de verdachte in zo een geval is aangetast, is in bijzonder van belang het verloop van het opsporingstraject, de eventueel reeds door de verdachte ingenomen proceshouding met betrekking tot de strafbare feiten waarvan hij wordt verdacht, de mate van (psychische) druk die in dat traject op de verdachte is uitgeoefend, de mate en de wijze van binnen dat traject toegepaste misleiding van de verdachte en de bemoeienis die opsporingsambtenaren hebben gehad met de inhoud van (wezenlijke onderdelen van) de door de verdachte afgelegde verklaring. Bij deze beoordeling is voorts van belang de duur en intensiteit van dat traject, de strekking en frequentie van de contacten met de verdachte zelf en de in het vooruitzicht gestelde positieve of negatieve consequenties als de verdachte wel of juist geen opheldering geeft over bepaalde zaken.
Bij deze beoordeling dient de rechter, naast het feitelijke optreden van de opsporingsambtenaren jegens de verdachte, tevens acht te slaan op de wettelijke grondslag waarop het optreden van de opsporingsambtenaren heeft plaatsgevonden, en in het geval dat het optreden is gebaseerd op een bevel tot het stelselmatig inwinnen van informatie als bedoeld in art. 126j Sv, in het bijzonder op de inhoud van dat bevel waar het gaat om de wijze waarop aan dat bevel uitvoering wordt gegeven, alsmede de eventueel nader aan dat bevel verbonden voorwaarden die verband houden met het verkrijgen van een verklaring van de verdachte.
Teneinde de rechter in staat te stellen een en ander te kunnen beoordelen, is van groot belang dat hij inzicht heeft in het concrete verloop van de uitvoering van de opsporingsmethode en de interactie met de verdachte die daarbij heeft plaatsgevonden. Mede met het oog daarop is een voldoende nauwkeurige verslaglegging aangewezen, door naleving van de wettelijke eisen met betrekking tot de inhoud van het bevel waarop het optreden van opsporingsambtenaren berust alsook de in art. 152 Sv Pro bedoelde verplichting van de opsporingsambtenaar tot het opmaken van proces-verbaal en de in art. 126aa Sv en art. 149a Sv omschreven verplichtingen tot voeging van processtukken. Deze verslaglegging dient inzicht te geven in het verloop van de uitvoering van de opsporingsmethode over de gehele periode waarin deze is ingezet, en in het bijzonder een voldoende nauwkeurige weergave van de communicatie met de verdachte te omvatten. Naast verslaglegging door middel van verbalisering ligt het in de rede dat, voor zover dat bij de uitvoering van het opsporingstraject mogelijk is, die communicatie auditief of audiovisueel wordt geregistreerd. Voor die registratie is een bevel tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie, zoals bedoeld in art. 126l Sv, vereist.
Indien de rechter voor het bewijs wel gebruikmaakt van die verklaringen, moet hij motiveren waarom dit gebruik in het licht van het onder 5.2.2 weergegeven beoordelingskader toelaatbaar is en dient hij voorts ervan blijk te geven – op grond van de concrete omstandigheden van het geval – zelfstandig de betrouwbaarheid van de verklaringen te hebben onderzocht. De rechter toetst dan ook voor het overige de rechtmatigheid van de wijze van opsporing jegens de verdachte, onder meer met betrekking tot de vraag of het optreden door de opsporingsambtenaren in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.”
Bevelen als bedoeld in art. 126j Sv en de uitvoering van het traject
:[medeverdachte] (…)
Verantwoording
[partner van verdachte ] , de vriendin van [verdachte] en met [verdachte] zelf. Hierbij zijn telefoonnummers uitgewisseld
tussen A-4084 en [partner van verdachte ] ;
vakantie geweest naar Cambodja.
schilderij gekocht en zijn telefoonnummers uitgewisseld tussen A-4083 en [voornaam verdachte] ;
gemaakt over het aanstaande bezoek door [voornaam verdachte] en [partner van verdachte ] aan de woning van A-4083;
samenwerking tussen A-4083 en [voornaam verdachte] .
verdwijning van [slachtoffer] .
A-4165.
A-4180.
voorkwam.
feit.
Handelen en de bevindingen van de opsporingsambtenaren
- Op 27 oktober 2017 wordt door ‘Sanne’ het eerste contact gelegd met de verdachte op de Dutch Design Beurs te Eindhoven. Daaraan voorafgaand had ‘Sanne’ met [partner van verdachte ] gesproken. [partner van verdachte ] stond op de Dutch Design Beurs met een stand en ‘Sanne’ deed zich voor als geïnteresseerde. Er werd gesproken over de vakantieplannen van ‘Sanne’ naar Vietnam of Cambodja en of [partner van verdachte ] in verband hiermee ook schilderijen op verzoek maakte. [partner van verdachte ] gaf aan dat dit geen probleem was en gaf ‘Sanne’ haar visitekaartje. Verder is er nog gesproken over dat de verdachte en [partner van verdachte ] mogelijk ook op vakantie gingen naar Cambodja.
- Op 22 januari 2018 heeft ‘Sanne’ gebeld met [partner van verdachte ] en maakte zij een afspraak om op maandag 29 januari 2018 bij [partner van verdachte ] op de woonboot in [plaats 1] langs te komen om haar kunstwerken te bekijken.
- Op 29 januari 2018 waren ‘Sanne’ en ‘Patrick’ te gast op de woonboot van [partner van verdachte ] , waar ook verdachte verbleef. Daar werden de kunstwerken van [partner van verdachte ] bekeken en werd een schilderij aangekocht voor € 1.500,00. Verder werd er onder meer gesproken over de in Thailand woonachtige dochter van verdachte die hij al 11 jaar niet had gezien en dat de verdachte voor softdrugs 2 jaar had vastgezeten in Thailand. [partner van verdachte ] vertelde dat ze samen met de verdachte in Cambodja geweest was en dat ze daar een restaurant hadden gezien dat ze graag wilden overnemen. De prijs die ze daarvoor moesten betalen was € 125.000,00. Ook vertelde [partner van verdachte ] dat ze de dochter van de verdachte in Cambodja hadden getroffen en dat dat heel goed was gegaan.
- Op 6 februari 2018 brachten ‘Patrick’ en ‘Sanne’ een bezoekje op de woonboot, om het aangekochte schilderij op te halen. Bij een hapje en een drankje hadden de verdachte en ‘Patrick’ gesprekken van sociale aard die gingen over onder meer Portugal, [plaats 2] waar de verdachte woonde, restaurants en de kachel die intussen was gerepareerd. [partner van verdachte ] gaf aan op de vraag van ‘Sanne’ hoe zij en verdachte het restaurant in Cambodja wilden financieren, dat zij nog geen idee hadden op welke wijze. De verdachte gaf ‘Patrick’ zijn telefoonnummer en hij en [partner van verdachte ] werden uitgenodigd om bij ‘Patrick’ op bezoek te komen in zijn appartement en uit eten te gaan bij de Thai in IJmuiden.
- In de periode van 9 februari 2018 tot en met 1 maart 2018 hebben er diverse WhatsApp contacten plaatsgevonden tussen de verdachte en ‘Patrick’ over het gekochte schilderij.
- Op 2 maart 2018 bezochten [partner van verdachte ] en de verdachte ‘Patrick’ op “zijn” woonadres in IJmuiden. ‘Sanne’ die elders woonde was daarbij ook aanwezig. Er is over verschillende sociale onderwerpen gesproken en over het feit dat de verdachte geen operatie aan zijn knie kon krijgen omdat de anesthesist geen verdoving durfde te geven wegens het drugsgebruik van de verdachte. Verder is er gesproken over het restaurant in Cambodja dat € 125.000,00 zou kosten. De verdachte en [partner van verdachte ] vertelden zo snel mogelijk naar Cambodja te willen verhuizen om voor de dochter van de verdachte en haar zusje te zorgen. [partner van verdachte ] vertelde dat als ze het geld voor het restaurant niet op korte termijn bij elkaar konden krijgen ze toch naar Cambodja zouden gaan om daar een klein appartement te huren en een heel klein horeca hokje, zodat [voornaam verdachte] kroketten kon maken en verkopen aan de hotels in de buurt. ‘Patrick’ en ‘Sanne’ spraken over het mogelijk investeren in het restaurant in Cambodja, maar daar wel eerst goed over na te willen denken. De verdachte zei dat hij bereid was € 5.000,00 bij elkaar te sprokkelen om de eigenaar van het restaurant te betalen zodat hij het in de tussentijd niet aan een ander zou verkopen. Hij vertelde dat hij het geld nog niet had liggen en nog niet wist hoe hij eraan ging komen maar dat dat hem wel ging lukken. Hij wilde het risico nemen om de € 5.000,00 kwijt te zijn in het geval ‘Patrick’ en ‘Sanne’ toch niet wilden investeren. De verdachte wilde dezelfde week nog afspreken om aan ‘Patrick’ en ‘Sanne’ de foto’s en de filmpjes van het restaurant te laten zien en hun plannen te vertellen over de toekomst van het restaurant.
Booming
- Op 20 maart 2018 zijn de verdachte en [partner van verdachte ] thuis bezocht door ‘Patrick’. ‘Patrick’ had met de verdachte en [partner van verdachte ] gesprekken van sociale aard die gingen over schilderijen, over Cambodja, over de knie operatie van de verdachte in mei of juni, over zeilboten overbrengen en over de dochter van de verdachte. ‘Patrick’ zegt tegen de verdachte dat ze elkaar eigenlijk niet kennen en dat het goed zou zijn als ze eens enkele dagen samen op pad zouden gaan. De verdachte gaf aan dit een goed plan te vinden. Verder is er nog gesproken over het restaurant in Cambodja. De verdachte en [partner van verdachte ] toonden een presentatie waarin onder meer het financiële plaatje met betrekking tot de overname van het restaurant in Cambodja was opgenomen. Hieruit bleek dat zij 200.000 dollar nodig hadden om de overname van het restaurant te verwezenlijken. Een bedrag van € 5.000,00 zou zo snel mogelijk betaald moeten worden aan de huidige huurder van het restaurant als zekerheidstelling zodat hij de inboedel van het restaurant niet aan een ander zou verkopen. ‘Patrick’ gaf met betrekking tot de presentatie en het geldbedrag dat nodig zou zijn aan dat hij het moest laten bezinken, dat hij het met een ander moest overleggen en dat hij ze geen valse hoop wilde geven. Over het bedrag van € 5.000,00 heeft ‘Patrick’ gezegd dat ze zich niet door de huidige huurder moeten laten pushen en dat hij volgende week weet of hij dit bedrag aan hen kan lenen. Via WhatsApp werd de presentatie door [partner van verdachte ] ook met ‘Patrick’ gedeeld.
- Op 26 maart 2018 heeft de verdachte via WhatsApp contact opgenomen met ‘Patrick’. Hij vroeg naar het gevoel van ‘Patrick’ met betrekking tot de plannen voor de aankoop van het restaurant in Cambodja. Via WhatsApp werd afgesproken elkaar te zien op 27 maart 2018. Onder meer zijn de volgende WhatsApp-berichten uitgewisseld:
[partner van verdachte ] is bezig met jou schilderijen.
- De verdachte en ‘Patrick’ ontmoetten elkaar op 12 april 2018 op de woonboot en gingen vervolgens samen op pad naar Drenthe, waarbij zij gesprekken hadden van een sociaal karakter die onder meer gingen over Cambodja, het restaurant daar en dat de verdachte en [partner van verdachte ] zich belazerd voelden omdat er nu voor de overname “10.000” betaald moest worden. De verdachte zei nooit een rijbewijs te hebben gehaald. Hij vertelde over wiethokken en dat hij alleen voor anderen het transport deed en niet knipte of hokken bouwde. Gearriveerd in Hoogeveen werd de verdachte voorgesteld aan undercoveragent A-4130 in wiens garagebox spullen werden gelegd. Op de terugreis gaf ‘Patrick’ aan dat A-4130 verstand had van diamanten en bitcoins. Patrick gaf voorts aan dat hij een contact had die bij de politie werkt en dat, als er een probleem zou zijn, hij dit kon laten checken.
- In de periode van 12 april 2018 tot en met 28 april 2018 hebben er diverse WhatsApp gesprekken van sociale aard plaatsgevonden tussen de verdachte en ‘Patrick’. Onder meer zijn de volgende WhatsApp-berichten uitgewisseld:
- In de periode van 14 mei 2018 tot en met 13 juni 2018 heeft ‘Patrick’ diverse telefonische contacten met de verdachte gehad. Er zijn berichten over en weer gestuurd over de knieoperatie die verdachte had ondergaan en naar aanleiding van deze operatie heeft ‘Patrick’ op 6 juni 2018 een bloemetje en flesjes bier bij verdachte in [plaats 1] langsgebracht. Tijdens een telefoongesprek van 9 juni 2018 nodigde ‘Patrick’ de verdachte en [partner van verdachte ] uit voor een diner met hem en ‘Sanne’ bij het [hotel 1] hotel in Amsterdam.
- ‘Patrick’, ‘Sanne’, de verdachte en [partner van verdachte ] ontmoetten elkaar op 14 juni 2018 bij de [horecagelegenheid] in Amsterdam en gingen vervolgens samen naar het [hotel 1] . Er werd onder meer gesproken over de toekomst in Nederland of in Cambodja. Op verzoek van de verdachte, die veel pijn aan zijn been had, werd het diner rond 23:50 uur beëindigd. De kosten van deze horecabezoeken zijn door ‘Patrick’ voldaan.
- In de periode van 13 juli 2018 tot en met 11 september 2018 heeft via WhatsApp en telefonisch contact plaatsgevonden tussen de verdachte en ‘Patrick’ over sociale onderwerpen. Op 20 juli 2018 geeft de verdachte aan dat hij de aankomende week nog veel fysiotherapie heeft, de fysiotherapeut komt nog een keer aan huis en dan moet hij twee maal per week naar de praktijk. Op 26 juli 2018 appt de verdachte dat hij met [partner van verdachte ] op het strand zit, nog even en dan is hij topfit. Op 2 augustus 2018 appt de verdachte ‘Patrick’ dat hij die dag heeft geklust en in het weekend met zijn been omhoog moet, omdat hij nog steeds wondroos heeft. Hij moet weer een kuur maar de “implementatie” is perfect en hij zit vrij goed qua fysio. Het gaat ook over bijvoorbeeld de vakantie van ‘Patrick’. ‘Patrick’ heeft in dat verband op 17 augustus 2018 enkele filmpjes naar de verdachte gestuurd, gemaakt vanaf een zeilboot op zee. Op 8 augustus 2018 is tussen de verdachte, [partner van verdachte ] en ‘Patrick’ een ontmoeting op de woonboot geweest. Er werd onder meer gesproken over de knie van de verdachte en het herstel daarvan, over Portugal, over de bosbranden daar en over Cambodja en het maken van kroketten. Op 1 september 2018 appt de verdachte naar ‘Patrick’ dat de knie de goede kant opgaat.
- Op 11 september 2018 heeft ‘Patrick’ de verdachte gebeld of hij hem volgende week kon helpen met een klus. De verdachte vertelde dat hij dit wilde maar niet op dinsdag kon. Op 18 september 2018 heeft ‘Patrick’ geappt met de verdachte. Hij vroeg of de verdachte die vrijdag (21 september 2018) een klusje kon doen. Ze spraken af op de woonboot.
- De verdachte en ‘Patrick’ ontmoetten elkaar op 21 september 2018 op het woonadres van de verdachte en gingen vervolgens in de auto van ‘Patrick’ op pad voor een klus. ‘Patrick’ vertelde de verdachte dat hij hem nodig had bij een afspraak met anderen waarbij de verdachte zou observeren en er daarna op teken van ‘Patrick’ bij kon gaan zitten.
- ‘Patrick’ vertelde tijdens deze rit op 27 september 2018 aan de verdachte dat ze op weg waren naar het [hotel 2] in Dordrecht waar hij een ontmoeting had en waar hij de verdachte nodig had om een oogje in het zeil te houden. Bij het hotel vertelde ‘Patrick’ de verdachte om in de auto te blijven wachten, te letten op een auto met Engelse kentekenplaten, en een pakketje in de auto te bewaken tot het moment waarop ‘Patrick’ het op zou komen halen en hij het hotel binnenging. Ongeveer 20 minuten later was ‘Patrick’ terug bij de auto, waarop hij met het pakketje vertrok en het hotel binnenging. Ongeveer 5 minuten later vertrok ‘Patrick’ met de verdachte richting de woonboot. ‘Patrick’ heeft de verdachte voor deze klus een bedrag van € 300,00 betaald.
- In de periode van 1 oktober 2018 tot en met 13 oktober 2018 hebben er diverse WhatsApp gesprekken van sociale aard plaatsgevonden tussen de verdachte en ‘Patrick’, onder meer over de barbecue op de woonboot van [partner van verdachte ] die ‘Patrick’ en ‘Sanne’ met de verdachte en [partner van verdachte ] op 10 oktober 2018 hebben gehad. Onder meer zijn de volgende WhatsApp-berichten uitgewisseld:
fijne avond keep in touch”
- Op 11 januari 2019 heeft ‘Patrick’ de verdachte thuis opgehaald in verband met een klus. Zij reden naar Utrecht, alwaar zij ‘ Sammy ’ ontmoetten. Er moest een incasso-opdracht bij een man worden uitgevoerd die schulden had bij ‘Patrick’. De verdachte ging met ‘ Sammy ’ mee voor de uitvoering van die opdracht. De betreffende man, undercoveragent A-4180, werd gedwongen zijn waardevolle spullen af te geven. ‘Patrick’ heeft de verdachte vervolgens voor deze klus een bedrag van € 200,00 betaald.
- In de periode daarna zijn de volgende WhatsApp-berichten uitgewisseld:
€ 300,00 respectievelijk € 600,00 van ‘Patrick’ ontvangen, terwijl er al sinds januari 2018 sprake was van regelmatig contact. Kennelijk kon de verdachte op andere wijze in zijn levensonderhoud voorzien.
De rechtmatigheid WOD-traject en verklaringsvrijheid
Is sprake van een ‘broodje aap’-verhaal?
“we hebben hem weer opgepakt enne hup in de schredder”en dat ‘Patrick’ daarop heeft gezegd dat de verdachte
‘in punten stijgt’, [partner van verdachte ] reageert hierop (lachend)
“stijg je wel”en vervolgens met
“het zijn wel geen leuke herinneringen”. Tenslotte wordt door [partner van verdachte ] tegen de verdachte gezegd
“Liever zo met euhh Pet. Het is fijn omdat kun je gewoon je leven gewoon weer rustig euu herstellen ennuhh… terwijl je toch euuh ja je geheim gegeven hebt.”De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van het hof dat “je geheim” zou zien op door de verdachte uitgevoerde wiettransporten volgt het hof niet, reeds omdat dit niet past in de context van de gesprekken.
Het gesprek tussen de verdachte en ‘ Sammy ’ op 21 september 2018
Het OVC-gesprek van 16 oktober 2018
(het hof begrijpt: [medeverdachte] )heet en ze hebben gegraven met een bobcat van diens broer. Deze laatste maakte grasvelden voor Ajax en sociale grasvelden, hij heeft zelfmoord gepleegd, aldus de verdachte
[medeverdachte] heeft op 3 april 2007 verklaard dat hij met [naam 10] [getuige 3] twee restaurants heeft gehad op Kreta (p. 575 Algemeen dossier). [getuige 3] heeft een facebookpagina en is via facebook bevriend met de verdachte en [medeverdachte] . [getuige 3] is ten tijde van het opmaken van het proces-verbaal op 6 maart 2019 woonachtig in Griekenland (p. 261 Algemeen dossier). Uit de hierna te bespreken eerste verklaring van [getuige 3] volgt dat hij in 2002 op verzoek van de verdachte tegen betaling van € 200,00 een mobiele telefoon naar Antwerpen heeft gebracht en deze vervolgens op een vrachttrein heeft gelegd.
10.Steunbewijs
De telefoon van [slachtoffer]
De gebeurtenissen rond het drugstransport op 31 december 2001
11.Afrondende conclusie ten aanzien van de onderdelen 9 en 10
12.Voorbedachten rade?
13.Medeplegen
14.Voorwaardelijke verzoeken van het Openbaar Ministerie
15.Voorwaardelijke verzoeken van de verdediging
16.Bewezenverklaring
17.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
18.Strafbaarheid van de verdachte
19.Oplegging van straf
16 jaarmet aftrek van voorarrest passend en geboden.
20.Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
21.Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
22.Toepasselijke wettelijke voorschriften
23.Vordering gevangenneming
gevangenisstrafvoor de duur van
16 (zestien) jaren.
gevangennemingvan de verdachte.
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- een mobiele telefoon, merk Samsung (goednummer 5714524);
- een mobiele telefoon, merk Nokia (goednummer 5714565);
- een mobiele telefoon, merk Nokia (goednummer 5714567);
- een mobiele telefoon, merk Sony Experia (goednummer 5714568);
- een mobiele telefoon, merk Samsung GT-N710 (goednummer 5714571);
- een mobiele telefoon, merk Nokia TA-1010 (goednummer 5714575);
- een mobiele telefoon, merk Nokia TA-1010 (goednummer 5714578);
- een mobiele telefoon, merk Nokia TA-1010 (goednummer 5714583);
- een mobiele telefoon, merk Samsung SM-N905 (goednummer 5714587);
- een mobiele telefoon, merk Huawei GRA-L09 (goednummer 5714592);
- een mobiele telefoon, merk Nokia TA-1010 (goednummer 5714597);
- een mobiele telefoon, merk Nokia N86-1 (goednummer 5714601);
- een mobiele telefoon, merk Nokia TA-1010 (goednummer 5714603);
- een mobiele telefoon, merk Apple iPhone A17 (goednummer 5714606);
- een computer, merk Apple iPad (goednummer 5714914).
€ 9.500,00 (negenduizend vijfhonderd euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 4.360,00 (vierduizend driehonderdzestig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.