ECLI:NL:GHAMS:2022:2100
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afwijzing verzoek schorsing tenuitvoerlegging verstekvonnis bedrijfsruimte
Appellant, eigenaar van een bedrijfsruimte met horecabestemming, verhuurde deze aan Amara. Amara betaalde de huur slechts tot januari 2020 en nam het pand niet in gebruik vanwege afgewezen vergunningen. Amara dagvaardde appellant en verkreeg bij verstekvonnis onder meer de beschikking over het pand en een schadevergoeding.
Appellant stelde verzet in tegen het verstekvonnis en verzocht in kort geding om schorsing van de tenuitvoerlegging. Dit werd afgewezen door de kantonrechter. In hoger beroep betoogde appellant dat de tenuitvoerlegging misbruik van bevoegdheid was, omdat Amara geen gerechtvaardigd belang had en het pand inmiddels aan een derde was verhuurd die het wel gebruikte en betaalde.
Het hof overwoog dat de vraag of appellant het pand aan Amara moet ter beschikking stellen in de verzetprocedure wordt behandeld en dat Amara het verstekvonnis jegens de huidige huurder niet mag uitvoeren. Appellant toonde onvoldoende spoedeisend belang aan voor schorsing. Daarom werd het bestreden vonnis bekrachtigd en appellant veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.