ECLI:NL:GHAMS:2022:2104
Gerechtshof Amsterdam
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad van verklaring voor recht inzake medewerkingsverplichting EBITDA-berekening
In deze civiele zaak in hoger beroep vordert Forbon Technology Netherlands B.V. dat een door de rechtbank gegeven verklaring voor recht, waarin [appellante] B.V. wordt verplicht tot medewerking bij het vaststellen van de Normalized EBITDA, uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. De rechtbank had deze verklaring niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard en dat was ook niet door partijen gevorderd.
Het hof overweegt dat een verklaring voor recht van haar aard niet vatbaar is voor tenuitvoerlegging en dus niet uitvoerbaar bij voorraad kan worden verklaard. Forbon voerde aan dat het declaratoir vonnis met een verplichting tot medewerking een executie-element bevat en dat de belangen van partijen onmiddellijke uitvoerbaarheid rechtvaardigen, maar het hof acht dit onvoldoende onderbouwd.
Daarom wijst het hof de incidentele vordering van Forbon af. De kosten van het incident zullen door Forbon worden gedragen. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol van 30 augustus 2022 voor het indienen van een memorie van grieven door [appellante].
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de verklaring voor recht af.