Uitspraak
mr. R.M.A. Lensen, kantoorhoudende te Terneuzen,
[C],
mr. O.J.W. Reijnders, kantoorhoudende te Eindhoven.
1.Het geding in hoger beroep
2.Verdere beoordeling
De betaling op 6 augustus 2013 van Decucare aan Promedis België van € 130.000Dit betrof volgens [C] een voorschot ten behoeve van het betalen van een medio juli 2013 geleverde zeecontainer met goederen. De stelling van [A] dat die container al vooruit betaald was, is niet komen vast te staan. De eerdere betalingen waar zij op wijst, hadden (in ieder geval deels) betrekking op een in maart 2013 geleverde container. Dat de betaling van € 81.642 evenmin te maken had met de in juli 2013 geleverde container, is echter onvoldoende door [C] weersproken.
De betaling op 28 oktober 2013 van Decucare aan Promedis België van € 58.720,88
De betaling op 2 december 2013 van Decucare aan Promedis België van € 99.455,47 en de betaling op 28 januari 2014 van Decucare aan Promedis België van € 58.000
De betaling op 2 januari 2014 van € 24.000 van Beheer B.V. aan Promedis België