ECLI:NL:GHAMS:2022:2231
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid betrokkene in hoger beroep ontnemingsvordering op grond van oplichting
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van betrokkene tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 24 augustus 2021, waarin betrokkene werd veroordeeld voor oplichting en werd verplicht tot betaling van €125.047,13 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
In het hoger beroep heeft de raadsman van betrokkene op 12 juli 2022 meegedeeld dat betrokkene haar bezwaren tegen het vonnis niet langer handhaaft en verzoekt het hof haar niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. Het hof heeft vervolgens overwogen dat er geen rechtens te respecteren belang is bij voortzetting van het hoger beroep.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaart het hof betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 14 juli 2022.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.