Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.Tenlastelegging
3.Vonnis waarvan beroep
4.Inleiding
matchtmet het DNA van de verdachte, waarna het heft van het lemmet is losgemaakt. Vervolgens zijn de opening voor het lemmet in het heft en het deel van het lemmet dat in het heft steekt, bemonsterd op mogelijk aanwezig celmateriaal dat in de aanhechting tussen het heft en het lemmet terecht is gekomen. In die bemonstering is DNA aangetroffen dat
matchtmet het DNA van [mannelijk slachtoffer] . Onderzoek naar het type celmateriaal in de bemonstering bleek niet meer mogelijk.
1 april 2014 (bijna vijf maanden na het steekincident), in het pandhuis opnieuw in beslag genomen. Na die tweede inbeslagname is het horloge gedemonteerd. Zowel de losgemaakte stiknaden van het horlogebandje als delen van het horlogebandje onder de stiksels zijn bemonsterd. In meerdere bemonsteringen met bloed zijn DNA-(meng)profielen aangetroffen. Hierbij zijn
matchesgeconstateerd met zowel het DNA-profiel van de verdachte als die van [mannelijk slachtoffer] en [vrouwelijk slachtoffer] . Vastgesteld is verder dat deze bemonsteringen humaan bloed bevatten.
5.Overwegingen ten aanzien van de gestelde vormverzuimen
a. door de uitzending van de documentaire De Aanklagers, waaraan het openbaar ministerie en de politie hebben meegewerkt, en de daar gedane uitlatingen en weergave van de verhoren, zijn verschillende wets- en verdragsartikelen geschonden, te weten: artikel 6 Europees Pro verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) (onschuldpresumptie en recht op eerlijk proces), art. 8 EVRM Pro (privacy), art. 47 en Pro art. 48 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese unie, art. 14 van Pro het Internationale verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, art. 11 van Pro de Universele verklaring van de rechten van de mens, art. 10 van Pro de Grondwet, art. 272 van Pro het Wetboek van Strafrecht (ambtsgeheim), art. 7 Wet Pro Politiegegevens, art. 3 en Pro art. 4 EU Pro-Richtlijn betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn;
b. de verbaliseringsplicht als bedoeld in art. 152 Sv Pro is niet nageleefd in de hierna onder c, d, e en f bedoelde situaties;
c. de processen-verbaal in het helingdossier met betrekking tot de Audi zijn onjuist en het openbaar ministerie heeft misbruik gemaakt van zijn bevoegdheden (schending van het verbod op
détournement de pouvoir, art. 3:3 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb));
d. het inbeslaggenomen horloge is in strijd met het recht aan de verdachte teruggegeven;
e. de kleding van de slachtoffers is samengebracht met de kleding van de verdachte, en aan de broer van de verdachte teruggegeven;
f. de officier van justitie heeft onjuiste uitlatingen gedaan jegens de rechtbank, de rechter-commissaris en de verdachte en diens raadslieden over het Cramermes, over DNA op een vorkje en over contact met een deskundige en met het Nederlands Forensisch Instituut (NFI);
g. tijdens de verhoren is de verdachte welbewust onjuiste informatie voorgehouden, waardoor het pressieverbod van art. 29 Sv Pro is geschonden.
the proceedings as a whole were not fair” (ECLI:NL:HR:2020:1889, r.o. 2.5.2).
Duidelijk is dat degene die wij nu verdenken, die vervolgd wordt, dat dat iemand is die in de heroïnehandel zit, dat zegt hij zelf ook, en dat het slachtoffer ook in die handel zat, daar is een eerder onderzoek op geweest, ja en daar is een ruzie ontstaan. In die woning stond een tas, een tas verzwaard met stenen, ik ga ervan uit dat dat aanleiding voor een ruzie is geweest, ja en uiteindelijk is dat een steekpartij geworden.” (opname minuut 8.24 en verder)
Neem je tijd jongens, je moet niet echt de druk voelen, want het is een belangrijke zaak, dus… Leef je uit, het gaat harstikke goed, alleen er zijn gewoon een paar punten waar we denken van nou misschien kun je daar een beetje op letten.”
Ik ben een voorstander van hard op de inhoud en zacht op de relatie. Dus die confrontatie op zich, de inhoud van die boodschap, die moet bij hem aankomen. Ik wil gewoon prettig contact met hem houden, dan verklaart hij het meeste”. (…) “
Ik wil eerst al het DNA hebben uitgelegd, dat hij dat ook allemaal snapt en dan hoop ik ook dat hij dat uiteindelijk ook gaat erkennen als bewijs, dat is het ultieme doel. En dan uiteindelijk naar steeds meer belastend.” (opname minuut 16.01 en verder)
Dat hij twintig jaar zo meteen de bak in kan gaan of levenslang. Dat is niet niks. In koelen bloede, punt. Ja? En ik zou het als laatste ding, als na die stapeling, als geen reactie is: wij denken dat jij het hebt gedaan. Alle sporen spreken tegen jou, dus: jij hebt het gedaan. Waarom heb je dat gedaan. Gewoon echt, de nadruk leggen waarom. Wij willen weten wat de reden is geweest. Jíj hebt die moord gepleegd, punt. En dan kijken wat er komt. Gewoon weer even die druk.”(opname minuut 33.15 en verder)
Het onderzoek is bijna afgerond. Het NFI speelt een hele grote rol hierin, omdat wij DNA-sporen met name hebben.”
Hij had een horloge, die hebben we in beslag genomen, dat is door het NFI bekeken, dat horloge. Ja en daar zaten sporen op. In het stiksel van het horloge, echt aan de binnenkant van het horlogebandje, in het stiksel, dus het horloge is echt uit elkaar gehaald.”
:
:
:
détournement de pouvoir(art. 3:3 Awb Pro). Een wettelijke grondslag voor het onderzoek dat de verbalisanten in de auto hebben verricht, ontbreekt, omdat geen sprake is van een verdenking van een strafbaar feit. Daarnaast zijn de processen-verbaal met betrekking tot de heling van de Audi niet naar waarheid opgemaakt: de verbalisanten hebben immers niet opgeschreven waarom de Audi werkelijk werd onderzocht. Dat leidt tot strijd met artikel 152 Sv Pro. Daarom is sprake van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv.
matchtemet de dactyloscopische gegevens van de verdachte. Het dactyloscopisch onderzoek is op 31 januari 2014 afgesloten.
“De stukken van overtuiging moeten niet-destructief op de aanwezigheid van bloed worden onderzocht, aan de stukken van overtuiging mag niet gezien worden dat deze zijn onderzocht”(NFI- rapport van 24 februari 2014, zaaknummer 2013.11.06.137, opgemaakt door J.C.M. Limborgh , doorgenummerde dossierpagina’s 61 43 – 61 49).
matchmet de vingerafdruk van de verdachte precies werd gemaakt, was er ook een andere grond voor een verdenking van de verdachte ter zake van heling. Zoals de raadsman ook heeft benoemd, was in het onderzoek 13Quick vanaf
matchtemet de DNA-profielen van beide slachtoffers. Deskundige Nagel heeft daarover op 15 juli 2014 gerapporteerd.
- Het horloge is op 28/29 januari 2014 niet op de afdeling Forensische opsporing geweest.
- Alle slachtofferkleding lag uiterlijk op 24 maart 2014 in opslag, elk stuk afzonderlijk verpakt en verzegeld.
- Het horloge is op 1 april 2014 op de afdeling Forensische Opsporing aanwezig geweest, echter zeer kort voor het naar het NFI werd gebracht, en is daarom niet in een sporenopslagruimte geweest.
- Alle verpakkingen van de afzonderlijke stukken slachtofferkleding en tapijt zijn na
- De slachtofferkleding kwam niet eerder in aanraking met kleding/voorwerpen van de verdachte dan na opening van de verpakkingen door verdachtes broer.
19 mei 2015. Voor zover de verdediging bij het verweer mede het oog heeft op beslissingen ten aanzien van de voorlopige hechtenis vanaf die datum, betreft het geen vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek en kan het verweer niet slagen.
“nee”beantwoord.
“Heeft u tijdens de verhoren bewust onjuiste informatie voorgehouden?”heeft de verbalisant geantwoord
“ja, zie eerdere antwoorden”.
“nog eens naar zijn antwoord op vraag 100 te willen kijken en zich daarover schriftelijk uit te laten”. [verbalisant 2] heeft daarop andermaal een proces-verbaal aan het hof doen toekomen, waarin het antwoord op vraag 100 is gewijzigd in:
“nee, zie eerdere antwoorden”.Ook dit proces-verbaal is gedateerd op 10 mei 2022. Het hof constateert dat [verbalisant 2] vraag 100a (
“zo ja: waarom?”) in geen van beide processen-verbaal heeft beantwoord.
matchtenmet de beide slachtoffers; en dat niet ver van de plaats delict, langs de vermoedelijke vluchtroute van de dader, het parkmes was gevonden waarop zich DNA-profielen bevonden die zowel met de verdachte als met slachtoffer [mannelijk slachtoffer]
matchten. Daarmee waren naar het oordeel van het hof meer dan genoeg ernstige bezwaren aanwezig, zodat het ervoor moet worden gehouden dat ook zonder de onjuiste inlichtingen van de officier van justitie de betreffende beslissingen over de voorlopige hechtenis zouden zijn genomen. Van enig nadeel voor de verdachte is dus geen sprake.
‘fairness of the proceedings as a whole’is niet geschonden. Niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging komt daarom niet in aanmerking.
6.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
matchtmet dit DNA-profiel is kleiner dan 1 op 1 miljard. In de aanhechting van het heft met het lemmet is ook celmateriaal aangetroffen waaruit het DNA-profiel van één of twee donoren is verkregen. Dit profiel
matchtmet dat van het slachtoffer [mannelijk slachtoffer] . Deze bevindingen zijn meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van [mannelijk slachtoffer] (en eventueel één willekeurige onbekende persoon) dan wanneer de bemonstering DNA bevat van één of twee willekeurige onbekende personen.
minimalelengte van 9 à 10 centimeter en een breedte van 1 tot 2 à 2,5 centimeter heeft, terwijl van het parkmes is gebleken dat de lengte van het lemmet circa 11,5 centimeter en de maximale breedte circa 1,8 centimeter bedragen. De bevindingen uit het door de verdediging ingebrachte rapport van deskundige Van de Goot, met betrekking tot de vraag of het parkmes dan wel het Cramermes het snij- en steekletsel kan hebben veroorzaakt, leiden bovendien niet tot andere conclusies.
matchenmet zowel het DNA-profiel van de verdachte als dat van [mannelijk slachtoffer] en [vrouwelijk slachtoffer] .
matchtmet het DNA-profiel van de verdachte, ook daadwerkelijk DNA is dat afkomstig is van de verdachte.
nietzou bestaan uit bloed van de slachtoffers maar uit ander biologisch materiaal zoals speeksel of huidepitheel – nog wordt aangetroffen op het horloge nadat het horloge nog enkele maanden door de verdachte is gedragen, tussentijds is bemonsterd, is verpand en daarbij door andere personen is gehanteerd, extreem klein.
andermateriaal bestaat dan bloed. Het hof schuift de alternatieve lezing van de verdachte met betrekking tot het horloge dan ook als onaannemelijk terzijde.
daarnais doorgeschakeld naar 112. Daarmee houdt het hof het ervoor dat het tweemaal genoemde tijdstip van 01.19 uur een kennelijke verschrijving betreft.
ophet heft van het mes, en het DNA van slachtoffer [mannelijk slachtoffer]
onder/inhet heft. In de bemonsteringen van de bloedsporen op het horloge van de verdachte is DNA van beide slachtoffers gevonden, waarvan kan worden gesteld dat de kans dat dit DNA afkomstig is uit
andermateriaal dan bloed zeer klein is. De optelsom van voornoemde redengevende omstandigheden, in combinatie met de overige bewijsmiddelen, maakt dat het hof – bij gebreke van een aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring – tot de conclusie komt dat het de verdachte is geweest die beide slachtoffers de fatale steek- en snijletsels heeft toegebracht. Het hof ziet die conclusie bovendien bevestigd in de omstandigheid dat de verdachte past in het signalement dat door meerdere getuigen is opgegeven. Onder verwijzing naar hetgeen onder 5 is overwogen, volgt het hof de bewering van de verdediging dat de gestelde vormverzuimen in de weg staan aan de overtuiging van het daderschap van de verdachte, niet. Evenmin doet aan het voorgaande afbreuk dat het motief van deze verdachte niet kon worden vastgesteld of dat anderen wellicht (ook) een motief hadden om de slachtoffers om te brengen.
7.Bewezenverklaring
8.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
9.Strafbaarheid van de verdachte
10.Oplegging van straf
11.Beslag
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) jaren en 3 (drie) maanden.
onttrekking aan het verkeervan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: