Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
REGIEM
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1999 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en zijn in 2020 gescheiden. De rechtbank had partneralimentatie, afwikkeling van huwelijkse voorwaarden en pensioenverevening bepaald. De man en vrouw gingen in hoger beroep tegen diverse onderdelen van deze beschikking.
Het hof beoordeelde de draagkracht van de man en stelde de partneralimentatie vast op €502 per maand, lager dan de rechtbank. De stelling van de vrouw over inkomsten uit een illegaal casino werd verworpen wegens onvoldoende bewijs. De man mocht een bijdrage voor zijn meerderjarige kind met gezondheidsproblemen in mindering brengen.
De afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden werd deels aangehouden, met name over de waarde van de woning en de vraag of de verkoopopbrengst van de geschonken speedboot moet worden meegenomen. Ook werd een lagere pensioenafstorting vastgesteld. De verdeling van de inboedel werd nader gespecificeerd. Het hof stelde partijen in de gelegenheid nadere stukken in te dienen en hield verdere beslissingen aan.
Uitkomst: Het hof stelt de partneralimentatie vast op €502 per maand en houdt overige beslissingen aan voor nadere taxatie en beoordeling.