Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Verdere beoordeling in hoger beroep
€ 40.000,- +
€ 680.000,- -/-
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak gaat het om een geschil tussen ex-partners over de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden en vermogensverrekening na echtscheiding. Het hof verwijst naar eerdere uitspraken en neemt de door een deskundige getaxeerde waarde van de woning van €735.000 over. De verkoopopbrengst van een speedboot en een staanplaats worden eveneens in de vermogensopstelling meegenomen.
De man betwist enkele onderdelen van de taxatie, zoals de waarde van kantoorinventaris en de isolatie van de woning, maar het hof wijst deze bezwaren af vanwege onvoldoende onderbouwing. De vermogensopstelling leidt tot een restantvermogen van €103.000, waarvan de helft, €51.500, aan de vrouw toekomt.
Het hof bepaalt dat de man dit bedrag binnen vier maanden moet betalen, inclusief wettelijke rente vanaf 15 december 2023. Tevens wordt de verdeling van de inboedel gedetailleerd vastgesteld en wordt de man verplicht een bedrag van €55.750 af te storten bij een externe pensioenverzekeraar ten behoeve van de vrouw. De kosten van de deskundige worden gelijkelijk verdeeld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: Man moet binnen vier maanden €51.500 plus wettelijke rente aan vrouw betalen en pensioenverevening en inboedel worden verdeeld.