ECLI:NL:GHAMS:2022:2613
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen geldig ontslag op staande voet en toekenning billijke vergoeding en transitievergoeding
De werknemer was sinds 2016 in dienst bij een familiebedrijf en werd op 28 december 2020 op staande voet ontslagen wegens verschillende gedragingen, waaronder vermeende seksuele intimidatie en onrechtmatige overurenclaim. Het ontslag werd aangevochten door de werknemer die onder meer een billijke vergoeding, transitievergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging vorderde.
Het hof stelde vast dat het ontslag op staande voet niet terecht was omdat er geen objectieve dringende reden was. De familierelatie, het ontbreken van controle op privégebruik van bedrijfsmiddelen en het feit dat de werknemer tijdens ziekte aanspraak maakte op cao-rechten speelden een rol. De beschuldigingen van seksuele intimidatie waren onvoldoende onderbouwd om ontslag op staande voet te rechtvaardigen.
Het hof vernietigde delen van de beschikking van de kantonrechter en kende een hogere transitievergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging toe. De billijke vergoeding werd bevestigd op vier maandsalarissen. Verzoeken tot extra vergoeding voor niet-genoten vakantie-uren en overuren werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet terecht gegeven; werknemer krijgt billijke vergoeding en transitievergoeding toegekend.