ECLI:NL:GHAMS:2022:2665
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag in het belang van het kind bevestigd door hof
De moeder oefende tot aan de bestreden beschikking het gezag uit over haar kind, die sinds 2016 meerdere malen onder toezicht stond en met machtiging tot uithuisplaatsing was geplaatst. Sinds juli 2021 verblijft de minderjarige in een perspectiefbiedend pleeggezin waar zij zich goed ontwikkelt.
De rechtbank had het gezag van de moeder beëindigd en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemd. De moeder ging in hoger beroep en verzocht het gezag te behouden, stellende dat zij de plaatsing accepteert en dat beëindiging in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
Het hof oordeelt dat aan de wettelijke voorwaarden voor gezagsbeëindiging is voldaan en dat het belang van het kind bij duidelijkheid over haar opvoedingssituatie zwaarder weegt dan het belang van de moeder. De moeder erkent de gronden voor beëindiging, maar het hof maakt geen gebruik van de discretionaire bevoegdheid om het gezag in stand te laten.
De samenwerking tussen moeder en gezinsmanager verloopt moeizaam en onvoorspelbaar, wat het belang van het kind schaadt. De moeder blijft wel een belangrijke rol in het leven van de minderjarige spelen. De beschikking van de rechtbank wordt door het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag en benoeming van de gecertificeerde instelling tot voogd.