Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
4.De omvang van het geschil
verzoek kort weergeven).
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter die het verzoek van de bewindvoerder tot machtiging voor de verkoop van een woning heeft afgewezen. De bewindvoerder had de machtiging gevraagd omdat zij dacht dat deze altijd nodig is bij verkoop van een woning onder bewind, ook als de rechthebbende toestemming geeft.
De rechthebbende, die onder bewind staat vanwege een alcoholverslaving, is eigenaar van de helft van de woning en wenst zijn aandeel te verkopen om financiële redenen. De moeder is eigenaar van de andere helft en woont in de woning. Tijdens de zitting bleek dat de rechthebbende in staat is zijn wensen te uiten en inzicht heeft in de financiële gevolgen van de verkoop.
Het hof oordeelt dat er geen sprake is van wilsonbekwaamheid of weigering van toestemming door de rechthebbende. Volgens artikel 1:441 lid 2 BW Pro is een machtiging van de kantonrechter alleen vereist bij wilsonbekwaamheid of weigering. Daarom verklaart het hof de bewindvoerder niet-ontvankelijk in haar verzoek en vernietigt de bestreden beschikking.
Uitkomst: De bewindvoerder is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om machtiging tot verkoop van de woning omdat de rechthebbende wilsbekwaam is en toestemming geeft.