ECLI:NL:GHAMS:2022:2670
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling minderjarige gehandhaafd wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging en gezondheidsrisico
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen de ondertoezichtstelling van zijn minderjarige dochter [kind 1], die sinds 2010 bij hem woont en onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling (GI). De ondertoezichtstelling werd ingesteld vanwege een ernstige ontwikkelingsbedreiging, met name door moeizame omgang met de moeder en gezondheidsproblemen gerelateerd aan diabetes.
In eerste aanleg werd de ondertoezichtstelling reeds vastgesteld, en het hof heeft in eerdere procedures een omgangsregeling tussen moeder en kind vastgesteld, waarbij de GI toezicht houdt op de veiligheid en het contact. De vader betwistte de noodzaak van de ondertoezichtstelling en stelde dat hij voldoende zorg biedt, terwijl de raad en GI stelden dat de situatie ernstig is en hulpverlening in een gedwongen kader noodzakelijk blijft.
Het hof oordeelt dat de ondertoezichtstelling terecht is en gehandhaafd moet blijven. De omgang tussen moeder en kind verloopt moeizaam en vereist begeleiding. Daarnaast zijn er ernstige gezondheidsrisico's door diabetes, waarbij de vader aanvankelijk hulpverlening weigerde. De GI is gestart met wijkverpleging en begeleiding, wat noodzakelijk is gezien de leeftijd en ontwikkeling van het kind. De ondertoezichtstelling blijft daarom noodzakelijk en wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van minderjarige [kind 1] wordt gehandhaafd wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling en gezondheid.