ECLI:NL:GHAMS:2022:2751
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen voorzitter in artikel 12 Sv-procedure wegens ontbreken schijn van partijdigheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de voorzitter van de zittingscombinatie tijdens de behandeling van haar artikel 12 Sv Pro-klacht tegen het besluit van het Openbaar Ministerie om geen vervolging in te stellen. Zij stelde dat de voorzitter haar meerdere malen onderbrak, haar verhinderde haar verhaal af te maken en niet de juiste vragen stelde, waardoor sprake zou zijn van partijdigheid of de schijn daarvan.
De voorzitter en het Openbaar Ministerie verzetten zich tegen het wrakingsverzoek. Tijdens de mondelinge behandeling lichtte verzoekster haar standpunten toe, terwijl de advocaat-generaal namens het OM pleitte voor afwijzing.
De wrakingskamer oordeelde dat de rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er objectieve, zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De kamer concludeerde dat de door verzoekster ervaren onaangename bejegening onvoldoende is om de schijn van partijdigheid te rechtvaardigen. Concrete feiten die wijzen op partijdigheid ontbraken. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.