ECLI:NL:GHAMS:2022:2771
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gezamenlijk ouderlijk gezag wegens onaanvaardbaar risico voor minderjarige
De zaak betreft een verzoek van de vader om samen met de moeder het ouderlijk gezag over hun minderjarige kind te verkrijgen. De ouders hebben een verbroken relatie en de moeder heeft het gezag. De vader is gedetineerd en onderhoudt contact met het kind via beeldbellen en enkele bezoeken in de inrichting. De moeder woont op een geheim adres en heeft aangegeven mishandeld te zijn door de vader.
De rechtbank had eerder een voorlopige omgangsregeling vastgesteld en het gezag aangehouden in afwachting van onderzoek. Het kind is onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst, verblijft nu in een gezinshuis en wordt binnenkort teruggeplaatst bij de moeder. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling hebben zich terughoudend opgesteld ten aanzien van gezamenlijk gezag vanwege de complexe en gespannen situatie tussen de ouders.
Het hof overweegt dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is, maar vereist dat ouders in staat zijn tot gezamenlijke besluitvorming. Gezien het turbulente verleden, het ontbreken van communicatie, de gevoelens van onveiligheid van de moeder en de kwetsbaarheid van het kind, is er een onaanvaardbaar risico dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders. Het verzoek wordt daarom afgewezen en de eerdere beschikkingen bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag over de minderjarige te verkrijgen wordt afgewezen.