Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Beoordeling
door partijen bij helfte wordt verdeeld;
Gerechtshof Amsterdam
De man en de vrouw, voormalig partners en gezamenlijk eigenaar van een woning, zijn in geschil over de verdeling van deze woning na het beëindigen van hun relatie in 2011. De rechtbank had bepaald dat de woning aan de man zou worden toegedeeld onder voorwaarden, maar deze toedeling is niet binnen de gestelde termijn gerealiseerd. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter de vrouw vervangende toestemming verleend om de woning te verkopen en te leveren aan een derde, met ontruiming van de woning door de man.
De man verzocht in hoger beroep om schorsing van de tenuitvoerlegging van dit vonnis, stellende dat sprake is van een kennelijke misslag en dat uitvoering tot een noodtoestand zou leiden, mede omdat hij geen vervangende huisvesting heeft en de woning niet vrij van beslagen kan worden geleverd. De vrouw betwistte deze stellingen en stelde dat zij belang heeft bij snelle verkoop om uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te komen.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn belang bij behoud van de situatie zwaarder weegt dan het belang van de vrouw bij directe tenuitvoerlegging. De overschrijding van de termijn voor toedeling en het belang van de vrouw om uit de onverdeelde gemeenschap te raken zijn zwaarwegend. Ook is geen sprake van een kennelijke misslag of noodtoestand. Het verzoek tot schorsing wordt daarom afgewezen.
De beslissing over de proceskosten in het incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak, waarvan de mondelinge behandeling gepland staat op 1 december 2022.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt afgewezen.