ECLI:NL:GHAMS:2022:2926
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- N.A. Schimmel
- P. Greve
- A.R.O. Mooy
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens niet-kwalificeerbare onjuiste belastingaangiften
Deze strafzaak betreft het hoger beroep tegen een veroordeling wegens het opzettelijk onjuist doen van meerdere elektronische aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2009 tot en met 2013 ten name van diverse anderen. De rechtbank had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf met gedeeltelijke voorwaardelijke straf en verbeurdverklaring van een computer.
Het gerechtshof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht. Het hof verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk ten aanzien van een tweede tenlastegelegde feit wegens schending van het vertrouwensbeginsel. Voor het eerste tenlastegelegde feit achtte het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte onjuiste aftrekposten had opgegeven, wat leidde tot te weinig geheven belasting.
De advocaat-generaal en de raadsman van verdachte waren het eens dat het bewezenverklaarde niet kwalificeerbaar was als strafbaar feit. Het hof volgde dit en ontsloeg verdachte van alle rechtsvervolging. De verdachte werd tevens vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen waren verklaard.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 11 januari 2022, na terugwijzing door de Hoge Raad. De zaak bevat complexe fiscale en strafrechtelijke aspecten rondom de kwalificatie van onjuiste belastingaangiften.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens niet-kwalificeerbare onjuiste belastingaangiften.