ECLI:NL:GHAMS:2022:2996
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking en afwijzing verzoek tot instelling mentorschap voor vrouw met matige verstandelijke beperking
De vrouw, geboren in 1992, woont sinds 2017 met haar zoon bij een stichting en is matig verstandelijk beperkt. De stichting verzocht bij de kantonrechter om een mentorschap in te stellen vanwege zorgen over haar wens om draagmoeder te worden, wat zij zonder juridisch advies had voorbereid.
De kantonrechter stelde het mentorschap in, maar de vrouw ging in hoger beroep en verzocht vernietiging van deze beschikking. Zij stelde dat zij wilsbekwaam is, een regulier netwerk heeft, geen schulden en goed voor haar zoon zorgt. De huisarts had nooit twijfel geuit over haar vermogen om voor zichzelf en haar zoon op te komen.
De stichting handhaafde het verzoek vanwege kwetsbaarheid en matige verstandelijke beperking, maar erkende dat draagmoederschap momenteel niet aan de orde is. De huidige mentor en familieleden gaven aan dat het mentorschap niet noodzakelijk is en dat de vrouw voldoende steun krijgt binnen haar netwerk.
Het hof oordeelde dat de matige verstandelijke beperking op zichzelf onvoldoende is voor mentorschap en dat de huidige situatie geen grond biedt voor instelling van een mentorschap. De mogelijkheid dat de vrouw in de toekomst draagmoeder wil worden is een onzekere toekomstige gebeurtenis die nu geen beschermingsmaatregel rechtvaardigt.
Het hof vernietigde de beschikking van de kantonrechter en wees het verzoek tot instelling van een mentorschap af.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de kantonrechter en wijst het verzoek tot instelling van mentorschap af wegens onvoldoende grond.