ECLI:NL:GHAMS:2022:3008
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis ontruiming en niet-ontvankelijkheid verzet wegens termijnoverschrijding
Appellant huurde sinds 2012 een sociale huurwoning van Woonopmaat. Na vaststelling dat hij de woning niet als hoofdverblijf gebruikte en deze sterk vervuild was, vorderde Woonopmaat ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming. De kantonrechter wees dit toe bij verstekvonnis, waarna de woning op 19 maart 2020 werd ontruimd.
Appellant kwam in verzet tegen het verstekvonnis, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de verzetdagvaarding te laat was ingediend. De verzettermijn vangt aan op de dag van tenuitvoerlegging van het vonnis, hier de dag van ontruiming. Appellant stelde dat hij pas later wist van de ontruiming, maar het hof oordeelde dat hij al op 20 maart 2020 op de hoogte was en zelfs een brief schreef waarin hij bezwaar maakte.
Het hof overwoog dat het recht op toegang tot de rechter niet in de kern werd aangetast, omdat appellant tijdig in actie had kunnen komen. Zijn persoonlijke beperkingen en de coronapandemie vormden geen voldoende rechtvaardiging voor de termijnoverschrijding. Het hof verwierp de grieven en bekrachtigde het vonnis, waarbij appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn verzet wegens overschrijding van de verzettermijn.