Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2] ,
Gerechtshof Amsterdam
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde een incident tot voeging van twee civiele zaken met zaaknummers 200.309.571/01 en 200.309.577/01, waarin Verenigingen van Eigenaren (VvE's) [X] en [Y] in hoger beroep waren gekomen tegen beschikkingen van de kantonrechter Noord-Holland.
Beide zaken betroffen geschillen tussen de VvE's en bewoners, waarbij de VvE's incidenteel verzoeken tot voeging van de zaken hadden ingediend op grond van artikel 222 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank had in eerste aanleg de zaken gelijktijdig behandeld, en de VvE's stelden dat de zaken verknocht waren.
Het hof oordeelde dat aan de voorwaarden van artikel 222 lid 1 Rv Pro was voldaan en wees de verzoeken tot voeging toe. De zaken werden samengevoegd en de beslissing over de proceskosten werd aangehouden tot de eindbeschikking in de hoofdzaak. Tevens werd aan de bewoners de gelegenheid gegeven om binnen zes weken te reageren op het beroepschrift van de VvE's.
De beschikking werd door het hof in het openbaar uitgesproken op 1 november 2022 door de rechters J.W. Hoekzema, J.C.W. Rang en A.R. Sturhoofd.
Uitkomst: Het hof heeft de verzoeken tot voeging toegewezen en de zaken samengevoegd met aanhouding van de proceskostenbeslissing.