Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Geldigheid van de dagvaarding (feit 2, 225 lid 1 Sr)
Bewijsoverwegingen
Het oordeel van het hof
(het hof begrijpt: de verdachte [verdachte01] )zoals zij die beschreven heeft. Daar komt bij dat haar verklaringen bij de raadsheer-commissaris ten aanzien van de kern van de beschuldiging en de rol van de verdachte grotendeels overeenkomen met haar eerdere verklaringen. Zo heeft zij bij de raadsheer-commissaris op 18 juli 2022 verklaard dat zij geen dingen deed zonder toestemming van de verdachte.
voor iedereen duidelijk moet zijn geweestdat de facturen met knip- en plakwerk in elkaar waren geknutseld en daarom geen bewijsbestemming kunnen hebben, wordt verworpen. De betreffende facturen lijken naar het oordeel van het hof op facturen die in overeenstemming met de werkelijkheid zijn opgemaakt. Ze bevatten, evenals de eerdere genoemde [bedrijf03] en [bedrijf05] facturen, onder meer een afzender en een geadresseerde, een factuurnummer, een datum, een opgave van verrichte werkzaamheden en het daarvoor in rekening gebrachte bedrag. Het enkele feit dat nadien sjablonen zijn aangetroffen waarmee de facturen kunnen worden gemaakt, maakt de facturen niet ongeloofwaardig.
fakefacturen ten aanzien van schoonmaakwerkzaamheden door en voor [VOF]. Bestaande facturen werden vervalst door daarop niet door [VOF] verrichte (schoonmaak)werkzaamheden te vermelden en er werden valselijk facturen opgemaakt voor niet verrichte werkzaamheden bij [VOF] op naam van bedrijven die geen zaken met [VOF] hadden gedaan. Deze facturen werden vervolgens in de administratie van [VOF] verwerkt en ingeboekt door [bedrijf01] B.V.. Hieruit volgt dat voor [bedrijf01] B.V. (en voor [VOF]) duidelijk was dat de administratie van [VOF] mede was gebaseerd op valse facturen. Uit nader onderzoek door de belastingdienst is gebleken dat 17 personen in het geheel niet zijn verloond door [VOF] zodat kan worden aangenomen dat voor deze personen geen loonheffing is ingehouden en afgedragen. [bedrijf01] B.V. heeft samen met [VOF] de inzet voor schoonmaakwerkzaamheden van werknemers voor wie geen loonheffing werd ingehouden en afgedragen mogelijk gemaakt. Door vervolgens op basis van onjuiste administratie aangifte loonheffing voor [VOF] te doen terwijl [bedrijf01] bekend was met die onjuistheid, heeft [bedrijf01] B.V. opzettelijk, willens en wetens, samen met [VOF], onjuiste aangiften loonbelasting ingediend.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
14 (veertien) maanden.
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.