Uitspraak
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
Gerechtshof Amsterdam
Klagers hebben tegen een beslissing van de kamer voor het notariaat beroep ingesteld, maar hun beroepschrift werd pas na het verstrijken van de wettelijke beroepstermijn van dertig dagen ontvangen. Het hof moest beoordelen of klagers alsnog ontvankelijk konden worden verklaard.
De kamer had op 6 december 2021 een beslissing genomen die klagers niet-ontvankelijk verklaarde voor een deel van de klacht en de overige onderdelen ongegrond verklaarde. Klagers dienden hun beroepschrift op 6 januari 2022 in, terwijl de beroepstermijn op 5 januari 2022 was geëindigd. Klagers voerden aan dat het beroepschrift tijdig was ingediend op grond van een recente lijn van de Centrale Raad van Beroep, maar het hof oordeelde dat deze niet van toepassing is op notariële tuchtklachten en dat het beroepschrift niet tijdig was verzonden.
Het hof stelde vast dat geen bijzondere omstandigheden waren die de overschrijding van de beroepstermijn konden rechtvaardigen. Daarom verklaarde het hof klagers niet-ontvankelijk in hun hoger beroep tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat. De uitspraak werd gedaan door mrs. J.H. Lieber, C.H.M. van Altena en S.V. Viveen op 8 november 2022.
Uitkomst: Klagers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.