Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Beheersing van de bedrijfsprocessen
5.Aanzuiveringsprocedure
- Voer een administratie aan de hand waarvan de Douane het verloop van de douaneregeling actieve veredeling kan controleren.
- Richt uw administratie, de administratieve organisatie en het interne beheersingssysteem zo in dat u alle transacties en overige handelingen juist, tijdig en volledig kunt verantwoorden.
3.Geschil in principaal en incidenteel hoger beroep
4.Overwegingen van de rechtbank
Douaneschuld derde kwartaal 2015
5.Beoordeling van het principaal en het incidenteel hoger beroep
- gunstige tariefbehandeling van bepaalde goederen uit hoofde van hun aard of bijzondere bestemming krachtens artikel 21 van Pro het CDW en
- gehele of gedeeltelijke vrijstelling krachtens de artikelen 82, 145 of 184 tot en met 187 van het CDW.
aardin aanmerking komen voor “een gunstige tariefbehandeling” als bedoeld in artikel 21 van Pro het CDW. Dit artikel omvat naar het oordeel van de rechtbank, blijkens de tekst, in beginsel iedere verlaging van het basistarief van een recht bij invoer, dus ook gunstige tariefbehandeling uit hoofde van de oorsprong. Het Hof volgt de rechtbank hierin niet. Artikel 212bis van het CDW voorziet niet in de mogelijkheid om een beroep te doen op een gunstige tariefbehandeling uit hoofde van de preferentiële oorsprong van de desbetreffende goederen. Het hoger beroep van de inspecteur slaagt in zoverre. Zoals de inspecteur met juistheid heeft betoogd ziet zowel artikel 21 als Pro artikel 212bis van het CDW, blijkens de niet voor tweeërlei uitleg vatbare bewoordingen ervan, enkel op een gunstige tariefbehandeling uit hoofde van de
aardof
bestemmingvan goederen. Van een gunstige tariefbehandeling uit hoofde van de bestemming is evident geen sprake, nu aanspraak wordt gemaakt op preferentie uit hoofde van de oorsprong. Van een gunstige tariefbehandeling uit hoofde van de aard van de goederen is evenmin sprake. In titel II, onderdeel F, van de Inleidende bepalingen bij de Gecombineerde Nomenclatuur (bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87) is bepaald welke goederen uit hoofde van hun aard in aanmerking komen voor een gunstige tariefbehandeling. Het betreft (1) bepaalde voor consumptie ongeschikte producten (vermeld in bijlage 8 bij de GN), (2) zaaigoed, (3) niet geconfectioneerd builgaas en (4) bepaalde soorten druiven voor tafelgebruik, tabak en nitraat. De onderwerpelijke minerale oliën komen daarom ook niet ‘uit hoofde van hun aard’ in aanmerking voor een gunstige tariefbehandeling.
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, doch uitsluitend voor zover zij de utb heeft verminderd met een bedrag van € 323.999,76 onder verwijzing naar rechtsoverweging 38 van haar uitspraak;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op
www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.