Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland inzake de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel door betrokkene, veroordeeld voor mensenhandel. De rechtbank had een bedrag van €25.898,88 opgelegd, terwijl het hof dit vernietigde en een nieuw bedrag vaststelde.
Het hof stelde vast dat betrokkene samen met een medeverdachte seksuele uitbuiting pleegde van twee slachtoffers in de periode van 2017. Uit verklaringen bleek dat betrokkene een leidende rol had en dat de slachtoffers hun inkomsten aan hem moesten afstaan. Op basis van een redelijke schatting van het aantal werkdagen en dagopbrengst werd het totale voordeel berekend.
Het hof ging uit van een taakverdeling waarbij betrokkene 75% van de opbrengst genoot, wat resulteerde in een bedrag van €13.200,- dat aan de Staat moet worden betaald. Tevens werd de duur van de gijzeling vastgesteld op maximaal 264 dagen. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het hof Amsterdam op 24 november 2022.