ECLI:NL:GHAMS:2022:3432
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige bij vader deels toegewezen
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar kind bij de vader. De minderjarige verblijft sinds 2018 in het gezin van de vader en diens partner, na eerdere uithuisplaatsingen en onder toezichtstelling door een gecertificeerde instelling (GI).
De moeder verzocht om een kortere verlenging van de machtiging met het doel co-ouderschap te realiseren, terwijl de GI de verlenging tot april 2023 wilde handhaven. Het hof oordeelde dat de moeder vanaf 20 september 2022 geen belang meer had bij de beoordeling van de uithuisplaatsing omdat het gezamenlijk gezag toen was beëindigd en de vader eenhoofdig gezag kreeg.
Het hof stelde vast dat de machtiging tot 20 september 2022 noodzakelijk was in het belang van de verzorging en opvoeding van het kind, dat in het gezin van de vader en diens partner was ingebed. Een terugplaatsing naar de moeder zou het kind uit zijn vertrouwde omgeving halen en was niet in zijn belang. De machtiging na 20 september 2022 werd vernietigd. De moeder's verzoek om meer omgang via hulpverlening viel buiten het toetsingskader van de machtiging en bleef onbesproken.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de vader wordt verlengd tot 20 september 2022 en daarna niet verlengd.