ECLI:NL:GHAMS:2022:3479
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs verkrachting uit 2004-2005
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Noord-Holland vernietigd en de verdachte vrijgesproken van verkrachting die zou hebben plaatsgevonden tussen januari 2004 en januari 2005.
De zaak draaide om de aantijging dat de verdachte de benadeelde had gedwongen tot seksuele handelingen met gebruik van geweld en bedreiging. Hoewel de aangifte werd ondersteund door getuigenverklaringen en GGZ-verslagen, oordeelde het hof dat deze bewijzen onvoldoende betrouwbaar en consistent waren om het feit buiten redelijke twijfel vast te stellen. De getuigenverklaringen waren de-auditu en ontstonden jaren na het vermeende delict, en de benadeelde had destijds drugs-, alcohol- en medicijngebruik.
Het hof hechtte geen doorslaggevende waarde aan de GGZ-verslagen omdat deze waren gebaseerd op de verklaringen van de benadeelde zelf. Ook het geconstateerde letsel kon niet duidelijk worden toegeschreven aan de verkrachting. Gezien het ontbreken van objectief bewijs en de terughoudendheid die het hof betrachtte, werd de verdachte vrijgesproken. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde werd afgewezen wegens de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van verkrachting.