Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
primaira) de op 4 juni 2018 gesloten verlengingsovereenkomst zal vernietigen, b) [geïntimeerden] hoofdelijk zal veroordelen tot betaling aan [appellanten] van een bedrag van € 150.000,00 (met rente) en c) [geïntimeerden] hoofdelijk zal veroordelen tot betaling aan [appellanten] van een (nader gespecificeerde) boete, en
primair en subsidiaird) [geïntimeerden] hoofdelijk zal veroordelen tot betaling van de geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat, en e) [geïntimeerden] hoofdelijk bij wege van voorschot zal veroordelen tot betaling aan [geïntimeerden] van een bedrag van € 1.709.000,00, met beslissing over de proceskosten.
2.De feiten
3.De beoordeling
van 1 november 2018 te hanteren.Dit omdat de gemeente bereid is mee te werken aan het passeren van het voorkeursrecht en er mogelijk dus alsnog – zij het later – uitvoering kan worden gegeven aan de koopovereenkomst. Over de exacte voorwaarden die de gemeente wenst te verbinden aan het verlenen van vrijstelling van de aanbiedingsplicht zijn [appellant 1] en ik momenteel in gesprek met de gemeente. Als er met de gemeente overeenstemming is bereikt kan er dus worden geleverd. Wordt geen overeenstemming bereikt dan zal de koopovereenkomst helaas alsnog zijn ontbonden.
”
in conventiegevorderd, kort gezegd, dat de rechtbank
primaira) de verlengingsovereenkomst vernietigt, b) voor recht verklaart dat de door partijen gesloten koopovereenkomst ter zake van de percelen [straatnaam] 1 en 5 te [plaats] niet is geëindigd en moet worden nagekomen door [geïntimeerden] , c) [geïntimeerden] veroordeelt om aan [appellanten] te betalen een bedrag van € 150.000,00 (met wettelijke handelsrente), d) [geïntimeerden] veroordeelt tot nakoming van de koopovereenkomst dan wel tot nakoming van de verlengingsovereenkomst en de daaraan ten grondslag liggende koopovereenkomst en daarbij [geïntimeerden] veroordeelt om op eerste verzoek van [appellanten] hun medewerking te verlenen aan i) de ondertekening van de vaststellingsovereenkomst met de gemeente en ii) de levering van de beide percelen ( [straatnaam] 1 en 5 te [plaats] ) aan [appellanten] en e) [geïntimeerden] veroordeelt tot betaling aan [appellanten] van een contractuele boete,
subsidiairf) [geïntimeerden] veroordeelt tot schadevergoeding, op te maken bij staat, g) [geïntimeerden] bij wege van voorschot op die nader te bepalen schadevergoeding veroordeelt om aan [appellanten] een bedrag van € 150.000,00 te betalen, en
zowel primair als subsidiairh) [geïntimeerden] veroordeelt in de buitengerechtelijke kosten en in de kosten van dit geding, waaronder de kosten van het beslag en de nakosten, met rente. [geïntimeerden] hebben tegen deze vorderingen verweer gevoerd en zelf
in reconventiegevorderd, kort gezegd, dat de rechtbank
primaira) voor recht verklaart dat de koopovereenkomst en de verlengingsovereenkomst op 1 juli 2019, dan wel op 19 juli 2019 of 3 augustus 2019 zijn geëindigd dan wel ontbonden,
subsidiairb) de koopovereenkomst en de verlengingsovereenkomst ontbindt op grond van artikel 12.4 van de koopovereenkomst, dan wel bepaalt dat [geïntimeerden] in redelijkheid niet meer gehouden zijn om enige verplichting uit hoofde van de koopovereenkomst en/of de verlengingsovereenkomst jegens [appellanten] na te komen, en
zowel primair als subsidiairc) bepaalt dat het door [appellanten] gelegde beslag op de percelen op straffe van verbeurte van een dwangsom dient te worden opgeheven en [appellanten] op straffe van verbeurte van een dwangsom verbiedt om nogmaals beslag te leggen op de percelen en d) [appellanten] veroordeelt in de proceskosten (met rente). [appellanten] hebben tegen deze vorderingen verweer gevoerd.
in conventiede vorderingen afgewezen en [appellanten] veroordeeld in de proceskosten, inclusief nakosten en met wettelijke rente,
in reconventievoor recht verklaard dat de koopovereenkomst en de verlengingsovereenkomst op 1 juli 2019 zijn geëindigd, [appellanten] op straffe van verbeurte van een dwangsom veroordeeld tot opheffing en doorhaling van het conservatoire beslag tot levering met betrekking tot de percelen [straatnaam] 1 en 5 te [plaats] en [appellanten] veroordeeld in de proceskosten, inclusief nakosten en met wettelijke rente, en
in conventie en reconventiehet meer of anders gevorderde afgewezen. Tegen deze beslissing alsmede de gronden waarop die beslissing berust komen [appellanten] in hoger beroep met 23 grieven op. Bij de bespreking van die grieven zal het hof zoveel mogelijk de kopjes uit het vonnis waarvan beroep aanhouden.
grief 1,
grief 2,
grief 3,
grief 4en
grief 5falen.
grief 6,
grief 7en
grief 8eveneens moeten worden verworpen.
koopovereenkomst” [curs. hof], waaruit volgt dat die koopovereenkomst anders (met wederzijdse instemming) tot een einde zou komen.
grief 9,
grief 10,
grief 11en
grief 12evenmin terecht zijn voorgesteld.
grief 13en
grief 14moeten worden verworpen.
onaanvaardbaaris.
grief 15evenmin terecht is voorgesteld.
grief 16faalt.
beidepartijen zou gaan behoren. [appellanten] waren er bij het sluiten van die koopovereenkomst mee bekend, althans behoorden dat te zijn, dat niet geheel zeker was binnen welke termijn het gemeentelijk besluitvormingsproces zou zijn afgewikkeld en waren bekend met de door [geïntimeerden] bij voortduring geuite wens om zo snel mogelijk tot levering te komen (zie hiervoor onder 3.5.4.). Door ondanks die wetenschap toch te contracteren met een uiterste leveringsdatum hebben zij het risico genomen dat op enig moment de levering niet tijdig zou kunnen plaatsvinden, met alle gevolgen voor hen van dien.
grief 17,
grief 18,
grief 19,
grief 20,
grief 21en
grief 22eveneens moeten worden verworpen.
grief 23faalt.