ECLI:NL:GHAMS:2022:3686
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging benoeming gecertificeerde instelling als voogd over minderjarige
De zaak betreft een geschil over de voogdij over een minderjarige die sinds zijn geboorte bij een pleegmoeder woont. De rechtbank had het ouderlijk gezag van de moeder beëindigd en de gecertificeerde instelling (GI) benoemd tot voogd. De pleegmoeder ging hiertegen in hoger beroep en verzocht zelf tot voogd te worden benoemd.
De minderjarige kampt met complexe problematiek, waaronder loyaliteitsconflicten, somberheid en gezondheidsproblemen, en heeft intensieve begeleiding nodig. Hoewel de pleegmoeder nauw betrokken is en het toekomstperspectief bij haar ligt, is de relatie tussen pleegmoeder en moeder fragiel en conflictueus.
Het hof oordeelt dat een neutrale en professionele voogd, zoals de GI, noodzakelijk is om de regie te voeren en de belangen van de minderjarige te beschermen. De wens van de minderjarige om geen GI als voogd te hebben wordt erkend, maar het belang van een onafhankelijke derde wordt zwaarder gewogen. De benoeming van de GI als voogd wordt daarom bekrachtigd.
Uitkomst: De benoeming van de gecertificeerde instelling als voogd over de minderjarige wordt bekrachtigd.