ECLI:NL:GHAMS:2022:860
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beklag tegen inbeslagname motorhesje in strafzaak
In deze zaak heeft klager een klaagschrift ingediend tegen de inbeslagname van een motorhesje met daarop vermeld een specifieke naam, dat in het kader van een strafzaak in beslag is genomen. Klager werd primair ten laste gelegd van deelname aan een verboden organisatie door het dragen van het hesje, en subsidiair van overtreding van een gemeentelijke verordening. De rechtbank sprak klager vrij en beval teruggave van het hesje, maar het openbaar ministerie stelde hoger beroep in.
Het hof heeft het klaagschrift behandeld en beoordeeld of het belang van de strafvordering zich verzet tegen teruggave van het hesje. Hierbij is overwogen dat het beslag voortgezet moet worden indien het hesje kan dienen om de waarheid aan het licht te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Ook moet worden beoordeeld of het hoogst onwaarschijnlijk is dat het hesje verbeurd wordt verklaard.
Gezien het feit dat de strafzaak nog niet onherroepelijk is beslist en het niet evident is dat het hesje niet verbeurd zal worden verklaard, oordeelt het hof dat het belang van de strafvordering zich verzet tegen teruggave. Het klaagschrift wordt daarom ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.
De beschikking is gegeven door de enkelvoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 22 maart 2022.
Uitkomst: Het hof wijst het klaagschrift af en handhaaft het beslag op het motorhesje.