Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
26 april 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van het Openbaar Ministerie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant waarin een klaagschrift tot teruggave van inbeslaggenomen voertuigen werd gegrond verklaard. Het beslag was gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro met het oog op waarheidsvinding en het aantonen van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank nam kennelijk een onjuiste maatstaf bij de beoordeling van het klaagschrift of motiveerde haar oordeel onvoldoende, doordat zij onvoldoende aandacht besteedde aan de door het OM aangevoerde feiten en omstandigheden. Het OM stelde dat er ernstige bezwaren bestonden tegen de verdachte, onder meer vanwege het bezit van meerdere luxe voertuigen zonder bekend inkomen, wat mogelijk duidt op witwassen.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank niet duidelijk had gemaakt dat zij de juiste maatstaven voor een art. 94 Sv Pro-beslag had toegepast en dat haar motivering ontoereikend was. Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling van het klaagschrift op basis van de juiste maatstaven en een deugdelijke motivering.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling van het klaagschrift.