Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het hoger beroep
5.De motivering van de beslissing
6.De beslissing
22 september 2022, en opnieuw rechtdoende:
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter die het verzoek tot opheffing van het bewind over de goederen van de rechthebbende had toegewezen. De rechthebbende is sinds 2016 onder bewind gesteld vanwege haar lichamelijke en geestelijke toestand en problematische schulden.
Hoewel de schulden inmiddels zijn afgelost, is de rechthebbende niet in staat haar financiële situatie zelfstandig te beheren. Zij geeft haar geld direct uit en kan niet sparen, wat leidt tot financiële instabiliteit en stress. Hulpverlening in het vrijwillig kader is onvoldoende en het inschakelen van haar meerderjarige kinderen voor financiële ondersteuning is ongewenst.
Het hof oordeelt dat het bewind noodzakelijk blijft en vernietigt de beschikking tot opheffing, waardoor het bewind herleeft. Tevens wordt de voormalige bewindvoerder ontslagen per 1 oktober 2022 en wordt een nieuwe bewindvoerder benoemd, omdat de samenwerking tussen de rechthebbende en de voormalige bewindvoerder verstoord was. De nieuwe bewindvoerder is bereid en geschikt om de taak op zich te nemen.
De jaarbeloning van de nieuwe bewindvoerder wordt vastgesteld en de voormalige bewindvoerder wordt opgedragen alle benodigde gegevens over te dragen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en wordt geregistreerd in het Centraal Curatele- en Bewind Register.
Uitkomst: Het hof vernietigt de opheffing van het bewind, herleeft het bewind, ontslaat de voormalige bewindvoerder en benoemt een nieuwe bewindvoerder.