ECLI:NL:GHAMS:2023:1175
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vaststelling kinder- en partneralimentatie na echtscheiding
Partijen zijn in 2007 gehuwd en in 2022 gescheiden. De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw. In eerste aanleg werd een partneralimentatie van €490 per maand door de vrouw aan de man opgelegd, terwijl verzoeken tot kinderalimentatie werden afgewezen.
In hoger beroep verzochten beide partijen herziening van de alimentatieverplichtingen. Het hof beoordeelde de draagkracht van partijen en de behoefte van de kinderen en de man. De man werd geacht een netto besteedbaar inkomen van €2.818 te hebben en de vrouw €4.201. De zorgregeling leidde tot een zorgkorting van 25% op de kosten van de kinderen.
Het hof stelde vast dat de man vanaf heden €31 per kind per maand aan kinderalimentatie aan de vrouw moet betalen. Het verzoek van de man tot partneralimentatie werd afgewezen vanwege voldoende eigen inkomsten. Het hof oordeelde dat het grievende gedrag van de man jegens de vrouw onvoldoende was om partneralimentatie te weigeren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man moet kinderalimentatie van €31 per kind per maand betalen; partneralimentatie wordt afgewezen.